30%-regeling mag grensbepaling hebben

Het 150-kilometercriterium in de 30%-regeling is niet in strijd met het Europees recht en andere discriminatieverboden. Dit heeft Hof Amsterdam onlangs besloten.

30 juni 2016 | Door redactie

In deze zaak draaide het om een Duitse werkneemster die in 2012 in dienst was gekomen bij een Nederlandse werkgever en daarvoor naar Nederland was geëmigreerd. Zij deed een beroep op de 30%-regeling (tool). De inspecteur van de Belastingdienst weigerde om de regeling toe te passen omdat de werkneemster vóór die tijd op minder dan 150 kilometer van de Nederlandse grens in Duitsland woonde. De werkneemster stapte naar de rechter.

Kilometergrens geen inbreuk op Europees recht

De rechtbank was het met haar eens en oordeelde dat de grensbepaling van 150 kilometer in strijd was met het Europees recht. De inspecteur ging vervolgens in hoger beroep. Het hof had een andere mening en vond dat de grens niet in de strijd was met het Europees recht en dat er geen sprake was van discriminatie. Het hof verwees daarbij naar een eerdere uitspraak van onze hoogste rechter waarbij het 150-kilometercriterium in de 30%-regeling werd geaccepteerd. Voor de beoordeling van de uitspraak maakte het niet uit dat de werkneemster was verhuisd.

Beroep doen op 30%-regeling

Als een buitenlandse werknemer bij een Nederlandse organisatie in dienst komt, kan deze werknemer gedurende maximaal acht jaar onder voorwaarden een belastingvrije vergoeding krijgen voor de kosten die hij maakt voor zijn verblijf in Nederland. Een werknemer kan een beroep op deze 30%-regeling doen als hij in de twee jaar voordat hij in Nederland ging werken, minstens tweederde van de tijd meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde.
Gerechtshof Amsterdam, 23 juni 2016, ECLI (verkort): 2443