Per kalenderjaar keuze maken voor 30%-regeling

22 september 2022 | Door redactie

Het kabinet wil dat werkgevers per kalenderjaar een keuze maken of zij extraterritoriale kosten van werknemers uit het buitenland vergoeden op basis van de werkelijk gemaakte kosten of op basis van de 30%-regeling. Dat blijkt uit het Belastingplan 2023 dat werd gepresenteerd op Prinsjesdag.

Werkgevers kunnen voor werknemers die vanuit een ander land naar Nederland komen om te werken, onder voorwaarden gebruikmaken van de 30%-regeling voor het vergoeden van de kosten voor verblijf in Nederland, de zogenoemde extraterritoriale kosten. Op Prinsjesdag stelde het kabinet in het Belastingplan 2023 verschillende wijzigingen voor ten aanzien van de 30%-regeling. Zo wil het kabinet dat de werkgever per kalenderjaar een keuze maakt of hij de extraterritoriale kosten vergoedt op declaratiebasis of op basis van de 30%-regeling. Verder wil het de toepassing van de regeling vanaf 2024 beperken tot de ‘Balkenendenorm’.

Nieuwe regeling geldt voor ingekomen én uitgezonden werknemers

Door de beperking tot de ‘Balkenendenorm’ kan het aantrekkelijker worden om de 30%-regeling en de regeling voor de werkelijke extraterritoriale kosten afwisselend toe te passen. Daarom wil het kabinet per 2023 expliciet maken dat de werkgever per kalenderjaar slechts één van beide regelingen mag toepassen. De gemaakte keuze moet blijken uit de eerste loonbetaling van ieder kalenderjaar. Er geldt wel een uitzondering voor de eerste vier maanden van tewerkstelling, zie het voorbeeld hierna. De voorgestelde maatregel geldt voor alle extraterritoriale werknemers, dus voor zowel ingekomen als uitgezonden werknemers.

Keuzemoment niet altijd aan het begin van kalenderjaar

Het nieuwe, jaarlijkse keuzemoment kan er voor een werkgever als volgt uit zien. Stel, een ingekomen werknemer start per 1 december 2023. Op 10 december dient hij samen met de werkgever een verzoek in om de 30%-regeling toe te passen. De werkgever past vanaf december – in afwachting van de beschikking – de 30%-regeling toe. Voor de eerste vier maanden van de tewerkstelling mag de werkgever – als uitzondering – kiezen of hij de werkelijke extraterritoriale kosten vergoedt of de 30%-regeling toepast. Op 10 februari 2024 geeft de inspecteur een goedkeurende beschikking af die terugwerkt tot en met 1 december 2023.
Voor het kalenderjaar 2023, waarin maar één van de eerste vier maanden valt, hoeft de werkgever niet te kiezen. Dat moet pas over het loontijdvak april, voor de maanden april tot en met december 2024. Als de werkgever ervoor kiest om over die periode de 30%-regeling toe te passen, kan hij in deze loontijdvakken geen daadwerkelijk gemaakte extraterritoriale kosten vergoeden. Pas in het eerste loontijdvak van 2025 heeft de werkgever een nieuw keuzemoment dat bepalend is voor alle loontijdvakken van 2025.

Download de complete Miljoenennota 2023 (pdf) en het Belastingplan 2023 (pdf), zodat u snel de achtergrondinformatie bij de hand heeft.