Overheid mag alleen 'bijklussen' met goede onderbouwing

Ondernemers klagen regelmatig steen en been over oneerlijke concurrentie van 'bijklussende' overheden. Lokale overheden kunnen namelijk een uitzonderingsregel inroepen om toch de markt op te gaan. Maar een verzoek daarvoor moet wel goed onderbouwd zijn, blijkt uit een uitspraak van de rechtbank in Rotterdam.

9 januari 2018 | Door redactie

Overheden die de markt op willen gaan, moeten zich houden aan gedragsregels uit de Wet markt en overheid. Zo mogen zij niet onder de kostprijs werken. Maar de wet kent ook een uitzonderingsregel. Als het namelijk gaat om activiteiten van ‘algemeen belang’ gelden de gedragsregels niet. In het wetsvoorstel voor wijziging van de Wet markt en overheid worden de teugels wel een beetje aangetrokken. Maar die aanscherping gaat ondernemers nog lang niet ver genoeg, zo bleek onlangs uit de internetconsultatie.

Oneerlijke concurrentie van sportcomplex

Niettemin kunnen overheden nu ook al niet zomaar alles onder het ‘algemeen belang’ schuiven, zo blijkt uit een vonnis van de rechtbank in Rotterdam. In dit geval had een onderneming de gemeente Nuth per brief aangesproken op oneerlijke concurrentie. De sporthal in Nuth werd namelijk uitgebaat door een onderneming die niet zelf het onderhoud voor zijn rekening hoefde te nemen. Dat liep namelijk via de gemeentelijke begroting. Ook kreeg de uitbater jaarlijks een toelage van de gemeente en mocht die alle inkomsten uit de verhuur zelf houden. Al met al klopte het niet met het voorschrift dat gemeenten alle kosten integraal moeten doorberekenen.
In reactie op de brief wees de gemeente de sporthal aan als zaak van ‘algemeen belang’. Daarmee vervallen de gedragsregels en hoefde de uitbater de kosten dus niet integraal door te berekenen. Zonder de opgezette financiële constructie zou de exploitatie van het complex volgens de gemeente vastlopen en dan zouden de inwoners van de gemeente dus plots zonder sportaccommodatie zitten.

Besluit moet wel zorgvuldig onderbouwd zijn

De rechtbank wees er weliswaar op dat de gemeente een ‘zeer ruime beoordelingsvrijheid’ heeft om te bepalen wat activiteiten van algemeen belang zijn. Maar zo’n besluit moet wel zorgvuldig worden genomen. En daar was de rechter in dit geval niet van overtuigd. Het besluit was gebaseerd op aannames en niet op feiten, aldus de rechtbank. De gemeente nam bijvoorbeeld wel aan dat het doorberekenen van de kosten de exploitatie onmogelijk zou maken, maar had dat niet onderzocht, zo benadrukte de rechter. De rechtbank vernietigde daarom het besluit om het uitbaten van de sporthal onder het algemeen belang te scharen.
Rechtbank Rotterdam, 2 november 2017, ECLI (verkort): 8253

Voortgang

Voorbereiding
Raad van State
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Bekendmaking