Weinig hoop op snelle aanpassing Wet markt en overheid

Overheden die oneerlijk concurreren met ondernemers zijn mkb'ers al langer een doorn in het oog. Maar uit antwoorden op Kamervragen van de VVD blijkt niet echt dat het kabinet staat te trappelen om de Wet markt en overheid daarom aan te passen.

27 maart 2018 | Door redactie

Overheden die de markt op willen, moeten zich houden aan gedragsregels uit de Wet markt en overheid. Zo mogen zij niet onder de kostprijs werken. Maar de wet kent ook een uitzonderingsregel. Als het namelijk gaat om activiteiten van ‘algemeen belang’ gelden de gedragsregels niet. Tot ongenoegen van veel ondernemers wordt er best vaak naar deze algemeenbelangregel gegrepen.

Lening met marktconforme rente

Maar daarnaast moet volgens de staatssteunregels bijvoorbeeld een lening van de overheid aan een partij ook zakelijk zijn, met een marktconform rentepercentage. Juist daarover had de VVD Kamervragen gesteld, naar aanleiding van een akkefietje in Arnhem. Die gemeente verstrekt namelijk een lening van € 300.000 aan een filmtheater voor de horeca-inrichting. Volgens de lokale VVD tegen een veel te laag rentepercentage van 1,5%.
Branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN) ageert al langer tegen wat zij de ‘horeca-bv-truc’ noemt. Daarbij worden de horeca-activiteiten van een cultuur- of sportvereniging ondergebracht in een bv. Die bv profiteert dan mogelijk mee van de subsidie die de gemeente betaalt aan de vereniging. Dat levert oneerlijke concurrentie op voor andere horeca, vindt KHN.

‘Gemeente in eerste instantie aan zet’

In haar antwoorden op de vragen (pdf) erkent staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken dat een dergelijke constructie een risico inhoudt op oneerlijke concurrentie. Maar verder geeft de bewindsvrouw vooral aan dat het in eerste instantie aan de gemeente is om te zorgen dat er geen oneerlijke concurrentie is. Of dat lokale ondernemers met hun wrevel moeten aankloppen bij de lokale bestuurders. Gemeenten die willen voorkomen dat een bv onterecht meeprofiteert van een subsidie, kunnen bovendien extra voorwaarden verbinden aan de lening, benadrukt Keijzer.
Als de VVD’ers hoopten om een toezegging te krijgen van de CDA-staatssecretaris moeten ze dus op zoek naar nieuwe voorbeelden. Op de vraag hoe de Wet markt en overheid aangepast moet worden om ‘deze oneerlijke concurrentie een halt toe te roepen’ gaat Keijzer zelfs helemaal niet in. Al is er onlangs wel een internetconsultatie gehouden over mogelijke aanpassingen in de wet.

Voortgang

Voorbereiding
Raad van State
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Bekendmaking