Definitie inkomstenverhouding weer één jaar uitgesteld

De vastlegging van de definitie van het begrip inkomstenverhouding (IKV) is opnieuw met een jaar uitgesteld en vindt nu waarschijnlijk plaats per 1 januari 2024. Dat schrijft demissionair staatssecretaris Wiersma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in een brief aan de Tweede Kamer.

24 november 2021 | Door redactie

Inkomstenverhoudingen (IKV’s) vormen dé basis van de werknemersgegevens. Daarom is het belangrijk dat een werkgever de informatie rond inkomstenverhoudingen goed in zijn loonaangifte opneemt, zodat ze juist in de polisadministratie terechtkomen. Om de kwaliteit van de polisadministratie te verbeteren, moest er volgens demissionair minister Koolmees van SZW een precieze definitie worden vastgelegd van het begrip IKV. Dit begrip moest aanvankelijk gaan gelden vanaf 1 januari 2022, maar werd begin 2021 uitgesteld tot 1 januari 2023. Staatsecretaris Wiersma liet onlangs per brief aan de Tweede Kamer weten dat de invoering van de definitie met weer een jaar is uitgesteld. Het Besluit dat de nieuwe definitie van het IKV regelt, werd al in april 2021 gepubliceerd in het Staatsblad.

Staatssecretaris wil bezwaren uit praktijk wegnemen

Met het uitstel wordt extra ruimte gecreëerd voor het ministerie om met betrokken partijen te kijken naar een praktische invulling van één onderdeel van het besluit. Dat onderdeel gaat over de werkgeversbetalingen op basis van de uitkeringen van de Ziektewet en de Wet arbeid en zorg. De werkwijze die wordt beschreven in het Besluit stuitte namelijk op bezwaren in de praktijk. Met de betrokkenen gaat de staatsecretaris kijken naar een alternatief. Hij hoopt hiermee op ‘korte termijn’ klaar te zijn, zodat het kan worden onderzocht op uitvoerbaarheid. De ingangsdatum van 1 januari 2023 is hierdoor niet meer realistisch.

Tijdelijke werkwijze werkgeversbetalingen duurt één jaar langer

Het uitstel heeft gevolgen voor de handhaving van de gedifferentieerde premies voor het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Door het uitstel duurt de tijdelijke werkwijze rondom de werkgeversbetalingen een jaar langer. Bij een werkgeversbetaling kunnen werkgevers naast het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, een uitkering van UWV doorbetalen aan een werknemer. In 2020 en 2021 mochten zij kiezen of ze de werkgeversbetaling bij de aangifte loonheffingen verwerken in dezelfde inkomstenverhouding als het loon, of in een aparte inkomstenverhouding. Dit blijft dus ook nog mogelijk in 2022 en 2023. Maar als werkgevers de werkgeversbetaling en het loon in dezelfde inkomstenverhouding verwerken, kunnen de Belastingdienst en UWV moeilijker controleren of werkgevers de juiste Awf- of Aof-premie afdragen.