In 2021 excessieve vertrekvergoeding vanaf € 568.000

Per 1 januari 2021 bedraagt de grens voor de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding € 568.000. Werkgevers betalen over het deel van een vertrekvergoeding dat boven dit bedrag uitkomt 75% aan pseudo-eindheffing.

28 januari 2021 | Door redactie

Als een werknemer vertrekt, kan een werkgever hem een vertrekvergoeding meegeven. Over een zogenoemde excessieve vertrekvergoeding betaalt de werkgever vanaf het zogenoemde toetsloon 75% aan pseudo-eindheffing. Dit komt bovenop de reguliere loonheffingen. Een vertrekvergoeding is in 2021 excessief als deze meer dan € 568.000 bedraagt. In 2020 lag de grens nog bij € 559.000.
De werkgever betaalt alleen pseudo-eindheffing over het deel dat boven de € 568.000 uitkomt. Geeft hij een werknemer bijvoorbeeld € 650.000 aan vertrekvergoeding mee, dan betaalt hij alleen over de excessieve € 82.000 pseudo-eindheffing en niet over de volledige € 650.000.                      

Toelichting van Belastingdienst over berekeningswijze

In de Toelichting excessieve vertrekvergoeding 2021 (pdf) van de Belastingdienst staat hoe de werkgever het toetsloon bepaalt en het excessieve deel van de vertrekvergoeding berekent. Daarvoor is onder meer van belang in welk jaar een werknemer in dienst kwam: vóór of op 1 januari 2019, in de loop van 2019, in 2020 of in 2021. Verder moet de werkgever voor de bepaling van het toetsloon uitgaan van het loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, inclusief eindheffingsloon. Het toetsloon moet altijd een jaarbedrag zijn. Dus als een werknemer slechts een deel van het jaar in dienst was, moet de werkgever het loon naar een jaarbedrag omrekenen. Is het toetsloon lager dan of gelijk aan € 568.000, dan hoeft de werkgever geen aangifte te doen, als het hoger is waarschijnlijk wel. 

Aangifte vertrekvergoeding moet apart van loonaangifte

Een werkgever mag de pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen niet opnemen in zijn reguliere aangifte loonheffingen. Hij moet de aangifte voor de vergoeding schriftelijk indienen met een apart aangifteformulier. Dat formulier vraag hij aan bij de afdeling pseudo-eindheffing van de Belastingdienst (kantoor Amsterdam). De pseudo-eindheffing moet hij aangeven in het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking eindigt.