Misbruik premiekorting ouderen voorkomen

Volgens de Belastingdienst maken veel werkgevers misbruik van de premiekorting voor ouderen, die bedoeld is om het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden financieel aantrekkelijker te maken. Minister Asscher van Sociale Zaken gaat daarom de regels voor het gebruik van de premiekorting aanscherpen.

23 februari 2015 | Door redactie

De premiekorting voor oudere uitkeringsgerechtigden wordt momenteel voor ruim 35.000 werknemers toegepast. De Belastingdienst krijgt echter signalen dat er bij een deel hiervan sprake is van oneigenlijk gebruik. Werkgevers sluiten dan een beëindigingsovereenkomst met een werknemer van 56 jaar en ouder, waardoor de betreffende werknemer in de WW terechtkomt. Na een zeer korte periode waarin de werknemer een WW-uitkering ontvangt (soms maar één dag), neemt de werkgever de werknemer weer in dienst. Omdat het dan om een voormalig uitkeringsgerechtigde van 56 jaar of ouder gaat, mag de werkgever vervolgens drie jaar lang een premiekorting van maximaal € 7.000 toepassen. 

Toets of werknemer eerder in dienst is geweest

Hoewel het voor werkgevers financieel dus behoorlijk aantrekkelijk is om gebruik te maken van deze constructie, is de premiekorting bedoeld om ervoor te zorgen dat meer oudere uitkeringsgerechtigden een baan vinden. Daar is in deze gevallen geen sprake meer van. Naar aanleiding van Kamervragen heeft minister Asscher aangekondigd dat hij de regelgeving gaat aanscherpen. Mogelijk wordt dan getoetst of de werknemer eerder in dezelfde functie bij de organisatie werkzaam was. Is dat het geval, dan is er geen recht op premiekorting.