VERDIEPINGSARTIKEL

De wijzigingen in de aangifte loonheffingen per 2022

Zoals ieder jaar veranderen ook per 2022 weer verschillende specificaties en rubrieken in de loonaangifte. Meestal merkt u in uw werkzaamheden niets of niet veel van deze wijzigingen, omdat die allemaal worden verwerkt door uw salarissoftware. Voor 2022 worden er echter enkele wijzigingen doorgevoerd die uw werk als salarisadministrateur rechtstreeks raken.


2 november 2021 8 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Dik van Leeuwerden van ADP Nederland B.V. en dagvoorzitter van de Regionale Salarisdagen


Per 2022 zijn er een aantal codes in de loonaangifte die wijzigen en aanzienlijk wat rubrieken die erbij komen. Er zijn ook rubrieken die u niet meer zult tegenkomen. Nu er een einde is gekomen aan het overgangsrecht van de levensloopregeling, ziet u vanaf 2022 geen rubrieken meer die verwijzen naar de levensloopregeling. 

Aanpassing door komst betaald ouderschapsverlof

Een andere aanpassing heeft te maken met de Wet betaald ouderschapsverlof (WBO). Vanaf 2022 geldt voor zowel aanvullend geboorteverlof als ouderschapsverlof in de rubriek ‘code Incidentele inkomstenvermindering’ één nieuwe code: code K. Als het loon als gevolg van een uitkering uit de Wet arbeid en zorg (WAZO) vanwege aanvullend geboorteverlof of betaald ouderschapsverlof lager is dan gebruikelijk, gebruikt u met ingang van 2022 code K. Code G komt daarmee te vervallen.

Code K geldt het hele jaar 2022. Tot 2 augustus 2022 geldt die code voor uitkeringen op grond van aanvullend geboorteverlof en vanaf 2 augustus 2022 ook voor uitkeringen op grond van de WBO. Daarnaast wordt de huidige ‘code 10 Aard arbeidsverhouding WSW’ (Wet sociale werkvoorziening) vervangen door de volgende vier nieuwe codes:

  • code 21 WSW beschut werk;
  • code 22 WSW detachering bij reguliere werkgever;
  • code 23 WSW begeleid werk;
  • code 24 Participatiewet beschut werk. 

Opzegging door werkgever met toestemming UWV

Ook in de ‘code Reden einde arbeidsovereenkomst’ komt een aanpassing. Deze code is sinds de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 2020 een verplicht veld in de loonaangifte. Een veelgebruikte code is ‘code 02 Opzegging door de werkgever met toestemming UWV’. Nu blijkt dat zowel het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als UWV zelf te weinig informatie aan deze rubriek kan ontlenen. De code 02 wordt dan ook per 2022 vervangen door twee nieuwe codes die meer inzicht geven in de werkelijke reden van het ontslag:

  • code 05 Opzegging door de werkgever wegens langdurige arbeidsongeschiktheid met toestemming van UWV;
  • code 06 Opzegging door de werkgever wegens bedrijfseconomische redenen met toestemming van UWV. 

Verschil tussen kleine en (middel)grote werkgevers

In het artikel Gevolgen aanpassing premieheffing voor arbeidsongeschiktheidsfonds kon u al lezen over de achtergronden van de differentiatie van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Vanaf 2022 wordt er onderscheid gemaakt tussen kleine werkgevers (niet meer dan 25 maal de gemiddelde premieloonsom) enerzijds en (middel)grote werkgevers. Kleine werkgevers gaan een lage premie Aof betalen en (middel)grote werkgevers een hoge premie. Het voorstel is dat de lage premie 5,49% wordt en de hoge premie 7,05%.

Kleine werkgevers betalen lage premie Aof

Bovenop die premie bent u ook nog de opslag voor de kinderopvang verschuldigd van 0,50%. Ook deze opslag is op het moment van schrijven nog niet definitief vastgesteld. Natuurlijk zijn er uitzonderingen en is de premie niet altijd afhankelijk van de hoogte van uw loonsom. Over uitkeringen werknemersverzekeringen en uitkeringen uit de WAZO die u doorbetaalt, is altijd de hoge premie verschuldigd. Vanzelfsprekend krijgt u deze premie gecompenseerd in de betaling van UWV die u ontvangt. Heeft u werknemers in dienst met een dienstbetrekking op grond van de WSW? Dan bent u over dat loon ook de hoge premie verschuldigd. 

Opslag kinderopvang apart verantwoorden

Deze premiedifferentiatie Aof betekent natuurlijk ook een wijziging in de loonaangifte. Waar u nu tot en met 2021 de opslag kinderopvang verantwoordt als premie Aof, moet u deze opslag vanaf 2022 apart verantwoorden in uw loonaangifte. Vanzelfsprekend zorgt uw salarissoftwareleverancier dat dit veld wordt opgenomen in de loonaangifte en berekent de salarissoftware ook het bedrag dat u moet afdragen.

Daarnaast worden in het loonaangiftebericht vanaf het belastingjaar 2022 de rubrieken die betrekking hebben op de premie Aof vervangen door nieuwe rubrieken. Na de wijziging zijn er de volgende rubrieken in de loonaangifte:

  • totaal aanwas in het cumulatieve premieloon Aof laag;
  • totaal aanwas in het cumulatieve premieloon Aof hoog;
  • totaal aanwas in het cumulatieve premieloon Aof uitkering;
  • totaal premie Aof laag;
  • totaal premie Aof hoog;
  • totaal premie Aof uitkering;
  • totaal premie WKO (Wet kinderopvang). 

Gedifferentieerde premie Aof in de loonaangifte

Bent u een (middel)grote werkgever dan heeft u alleen te maken met de hoge premie. Betaalt u uitkeringen door, dan moet u de rubrieken ‘Aanwas uitkering’ en ‘Premie uitkering’ wel vullen. Formeel moet u dat in twee aparte inkomstenverhoudingen (IKV’s) aangeven, maar voor 2022 geldt nog een overgangsbepaling waardoor u het in één IKV mag verantwoorden. 

Als u kleine werkgever bent, krijgt u bij het doorbetalen van een uitkering te maken met zowel de hoge als de lage premie en dus met de rubrieken ‘Aanwas laag’ en ‘Aanwas uitkering’. Pas als u die twee rubrieken vult, kan uw salarissoftware de juiste premies berekenen. Ook hier kunt u in 2022 gebruikmaken van de overgangsbepaling dat u dit in één IKV mag verantwoorden, maar u moet wel de juiste premie afdragen. Dus in de premieberekening moet wel met een hoge en een lage premie worden gerekend. Zie de twee voorbeelden in de kaders hieronder. 

Voorbeeld werknemer met loon en WGA-uitkering

Een voorbeeld. Stel, een werknemer heeft een loon uit dienstbetrekking van € 2.000 en ontvangt via de werkgever een uitkering uit de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) van € 1.000. 

 

Het gaat om een kleine werkgever, die dus een lage premie Aof betaalt. De totale premie Aof, met de opslag voor de kinderopvang wordt dan als volgt berekend. 

 

Aanwas premieloon Aof laag

Loon

€ 2.000

Lage premie Aof (5,49%)

€ 109,80

Aanwas premieloon Aof uitkering

Uitkering

€ 1.000

Hoge premie Aof (7,05%)

 € 70,50

Grondslag opslag WKO

Totaal

€ 3.000

Opslag WKO (0,50%)

€ 15,00

  

Voorbeeld van meer dan het maximale premieloon

Komt het loon, samen met de door u doorbetaalde WGA-uitkering, boven het maximumpremieloon dan moet u voor de aanwas en de premieberekening uitgaan van een evenredige verdeling. Een voorbeeld. 

 

Stel dat een werknemer een loon uit dienstbetrekking geniet van € 4.000 en via de werkgever een WGA-uitkering ontvangt van € 1.000. Het gaat om een kleine werkgever, die dus een lage premie Aof betaalt. We gaan uit van een maximumpremieloon van € 4.500. De totale premie Aof, met de opslag voor de kinderopvang wordt dan als volgt berekend. 

 

Aanwas premieloon Aof laag

Loon

4/5 * € 4.500 = € 3.600

Lage premie Aof (5,49%)

€ 197,64

Aanwas premieloon Aof uitkering

Uitkering

1/5 * € 4.500 = € 900

Hoge premie Aof (7,05%)

€ 63,45

Grondslag opslag WKO

Totaal

€ 4.500

Opslag WKO (0,50% )

€ 22,50

Individuele of persoonlijke keuzebudgetten (IKB en PKB)

Nieuw per 2022 zijn ook de twee rubrieken ‘Opbouw arbeidsvoorwaardenbedrag’ en ‘Opname arbeidsvoorwaardenbedrag’. De twee rubrieken ‘Opgebouwd recht extra periode salaris’ en ‘Extra periode salaris’ vervallen per 2022. Door deze wijziging speelt de loonaangifte beter in op de praktijk van individuele of persoonlijke keuzebudgetten (IKB’s of PKB’s). 

Hierbij is een arbeidsvoorwaardenbedrag een ‘aan de werknemer toegekend en in geld uitgedrukt toekomstige loonbestanddeel, niet zijnde een afzonderlijke opbouw van vakantiebijslag, dat in een aangiftetijdvak is opgebouwd ingevolge afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover dit toekomstige loonbestanddeel kan leiden tot loon als bedoeld in artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen (WFSV). Een hele mond vol. Er moet dus sprake zijn van een afspraak die is opgenomen in de arbeidsovereenkomst op grond waarvan een recht bestaat op toekomstig loon zoals bedoeld in artikel 16 van de WFSV. Een IKB voldoet hieraan. 

Periodieke opbouw vakantiebijslag

Is de vakantiebijslag niet opgenomen in het IKB en bouwt u periodiek vakantiebijslag op? Dan vult u de rubriek ‘Opgebouwd recht vakantiebijslag’ zoals u gewend bent. Betaalt u vervolgens de vakantiebijslag uit, dan vermeldt u dit in de rubriek ‘Vakantiebijslag’. Hierin verandert dus niets. 

Met ‘Opname arbeidsvoorwaardenbedrag’ worden bedragen bedoeld die de werkgever in geld en als loon in de zin van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen (WFSV) uitbetaalt ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag. Het loon moet dus uit het arbeidsvoorwaardenbedrag (IKB) worden betaald. In de praktijk bepaalt de werknemer dat. Maar vanwege de verwijzing naar artikel 16 van de WFSV, moet u eindheffingsloon niet opnemen in de rubriek ‘Opname arbeidsvoorwaardenbedrag’. Eindheffingsloon is immers uitgezonderd van het loonbegrip in de WFSV. 

Loon dat als uitruil wordt gezien

In de praktijk betekent dit dat al het loon dat als uitruil wordt gezien, niet wordt opgenomen in de rubriek ‘Opname arbeidsvoorwaardenbedrag’. Bij een uitruil gaat het namelijk meestal om ‘fiscaalvriendelijke beloningen’, die als eindheffingsloon ten laste van de vrije ruimte worden gebracht (bijvoorbeeld een fiets) of gericht zijn vrijgesteld (bijvoorbeeld reiskosten). 

Ook als uw werknemers het IKB inzetten voor de aankoop van extra verlof wordt dit niet verantwoord in de loonaangifte. De verlofdagen op zich zijn immers nog geen loon. Een en ander betekent wel dat er tussen de rubrieken ‘Opbouw arbeidsvoorwaardenbedrag’ en ‘Opname arbeidsvoorwaardenbedrag’ in de loonaangifte in veel gevallen geen aansluiting meer is. Alleen als uw werknemer zijn individueel keuzebudget volledig belast laat uitbetalen in het jaar is er aansluiting. In het kader hieronder leest u een casus die is uitgewerkt per maand. 

De verwerking van de keuzebudgetregeling in de loonaangifte per 2022

Een voorbeeld van een werkgever die een keuzebudgetregeling heeft voor zijn werknemers. Maandelijks vindt opbouw van dit budget plaats op basis van 14% van het loon. Dit bestaat uit:

  • 8 %-punten vakantiebijslag;
  • 5 %-punten eindejaarsuitkering;
  • 1 %-punt aan (in geldswaarde omgerekend) bovenwettelijk verlof. 
Vergoeding voor een fiets

De werknemer in dit voorbeeld heeft een tijdvakloon van € 3.000. Hij maakt gedurende het jaar 2022 de volgende keuzes uit zijn keuzebudget:

  • In juni neemt hij € 1.800 op uit het budget om te laten uitbetalen.
  • In oktober ruilt hij € 1.200 van het budget uit voor een vergoeding voor een fiets onder de werkkostenregeling.
  • In december neemt hij € 1.080 op uit het budget om te laten uitbetalen.
  • In december koopt hij voor € 960 extra verlof (48 uur) wat hij volgend jaar kan opnemen.

 In de loonaangifte van de werkgever werkt dit als volgt uit: 

Maand

Loon SV

Opbouw vakantie-bijslag

Opbouw Avwb

Belaste opname Avwb

Overige opname Avwb

Stand Avwb

Jan

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 420

Febr

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 840

Mrt

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 1.260

April

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 1.680

Mei

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 2.100

Juni

€ 4.800

€ 0,00

€ 420

€ 1.800

 

€ 720

Juli

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 1.140

Aug

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 1.560

Sept

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 1.980

Okt

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

€ 1.200

€ 1.200

Nov

€ 3.000

€ 0,00

€ 420

€ 0,00

 

€ 1.620

Dec

€ 4.080

€ 0,00

€ 420

€ 1.080

€ 960

€ 0,00

De laatste twee kolommen uit de tabel die u hieronder ziet worden niet verantwoord in de loonaangifte. Dit zijn geen opnamen als loon in de zin van de WFSV. In totaal is er dus 12 × € 420 = € 5.040 verantwoord als opbouw, en wordt er slechts € 2.880 verantwoord als ‘belaste’ opname. De overige € 2.160 is geen loon in de zin van de WFSV. 

 

In uw eigen administratie

Vanzelfsprekend houdt u voor uw eigen administratie en die van de werknemer wel de stand van het keuzebudget bij. Anders weet uw werknemer niet dat aan het eind van het jaar het budget op is. Wees hierop voorbereid!