Belastingadviseurs nog vol vragen over aanpak bv-schuld

Belastingadviseurs willen nog veel meer duidelijkheid van het kabinet over de aanpak van hoge schulden van directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) bij hun eigen bv. Volgens de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) zijn nog steeds 68 van hun vragen over het voorstel onbeantwoord.

13 januari 2021 | Door redactie

Met het voorstel voor de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap wil het kabinet paal en perk stellen aan al te hoge schulden van dga’s bij hun eigen bv. Vanaf eind 2023 worden daarom schulden boven de € 500.000 automatisch aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang en belast in box 2. Leningen voor een eigen woning zijn uitgezonderd.

Kabinet wil geen uitzondering ‘zakelijke’ lening

De ingreep is al in 2018 aangekondigd. Maar mede vanwege de coronacrisis is de invoering een jaar naar achteren geschoven, naar 1 januari 2023. De Belastingdienst peilt eind 2023 voor het eerst hoe hoog de schulden van dga’s bij hun eigen bv zijn.
Het voorstel houdt de gemoederen al tijden bezig. Ook de NOB heeft eerder al aangegeven dat het wetsvoorstel zijn doel op meerdere vlakken voorbij schiet. Pijnpunt is onder meer dat ook leningen van dga’s die zakelijke voorwaarden hebben ook worden meegeteld. Eerder was er ook nog sprake van een dubbele heffing in het wetsvoorstel, iets wat het kabinet inmiddels gerepareerd heeft.
Het kabinet heeft eerder een waslijst aan vragen beantwoord over het wetsvoorstel. Daarbij stelt het kabinet keer op keer dat het doel van het wetsvoorstel is om belastinguitstel en -afstel de kop in te drukken. Er is geen reden om uitzonderingen te maken voor ‘zakelijke’ leningen, omdat die net zo goed leiden tot belastinguitstel, zo luidt de redenatie.

Vragen zijn ‘noodzakelijk voor de praktijk’

Ondanks de reeks antwoorden van het kabinet, constateert de NOB dat haar vragen ‘merendeels onbeantwoord zijn gebleven’. Terwijl de antwoorden volgens de NOB wel noodzakelijk zijn voor de praktijk. In totaal gaat het om 68 vragen, over tal van onderdelen van het wetsvoorstel. Bijvoorbeeld de vraag of de maatregel niet beperkt moet worden tot ‘meerderheidsaandeelhouders’ in plaats van iedereen met een belang van 5% of meer. Of de vraag of de term ‘schulden’ duidelijker afgebakend kan worden. De NOB dringt er nu bij de Tweede Kamercommissie van Financiën op aan om de staatssecretaris alsnog om de antwoorden te vragen. Ook heeft de organisatie nog twee aanvullende technische vragen gesteld.