Belastingkorting van tafel omdat beschikking ontbreekt

Soms kan een verlies in box 2 van de inkomstenbelasting dat niet meer te verrekenen is tóch nog een belastingkorting opleveren. Maar dan moet het verlies wel zwart-op-wit staan, dus in een beschikking. Anders kan de belastingplichtige fluiten naar de belastingkorting, zo merkte een ondernemer bij de rechtbank in Groningen.

29 juni 2021 | Door redactie

Als een belastingplichtige 5% of meer van de aandelen heeft in een bv, heeft diegene een aanmerkelijk belang. Over het inkomen uit dit belang moet afgerekend worden in box 2 van de inkomstenbelasting (infographic). Een positief inkomen kan een dividenduitkering zijn, of een verkoopwinst als de aandeelhouder zijn stukken verkoopt.

Verliesverrekening in de inkomstenbelasting

De belastingplichtige kan ook een verlies uit aanmerkelijk belang hebben. Dat ontstaat meestal bij een faillissement. Bij zo’n verlies kan de ondernemer mogelijk verliesverrekening toepassen. Dit wil voor box 2 zeggen dat hij een verlies in een boekjaar mag verrekenen met winsten tot één boekjaar terug en zes boekjaren vooruit. Maar verrekenen mag dus alleen met winsten in box 2. En bij een faillissement heeft de ondernemer geen aanmerkelijk belang meer, en dus ook geen winst in box 2.
Om te voorkomen dat zo’n verlies zo helemaal ‘waardeloos’ wordt is er een speciale regeling in de inkomstenbelasting. Daarbij kan iemand de Belastingdienst vragen om het verlies in box 2 om te zetten in een belastingkorting. Dat kan als diegene in een kalenderjaar en het jaar daarvoor géén aanmerkelijk belang had. De belastingkorting wordt dan verrekend met inkomen in box 1 van de inkomstenbelasting. De korting is gelijk aan het tarief in box 2, dit jaar dus 26,9%. Stel dat het nog niet verrekende verlies € 18.000 is, dan wordt 26,9% daarvan in mindering gebracht op het inkomen in box 1, dus € 4.842.

Beschikking is wel degelijk nodig, oordeelt rechter

In dit geval ging het om een directeur-grootaandeelhouder van een bv die in 2013 werd ontbonden. In de aangifte inkomstenbelasting over dat jaar gaf de man wel inkomen aan in box 1. Maar hij gaf géén verlies op in box 2, terwijl dit door het ontbinden van de bv feitelijk op € 18.000 uitkwam. Dit verlies was dus ook niet in een beschikking vastgesteld.
Eind 2019 vroeg de man de inspecteur om een verlies uit aanmerkelijk belang om te zetten in een belastingkorting. Maar dat verzoek werd afgewezen, waarop de man naar de rechter stapte. Die moest de vraag beantwoorden of het voor het omzetten van een verlies uit aanmerkelijk belang in een belastingkorting nodig is dat dit verlies is vastgesteld in een beschikking. Volgens de man was dat niet vereist, de inspecteur vond van wel. Maar helaas voor de man leidde de rechter uit de wet toch echt af dat er een beschikking nodig was. Het verzoek om een belastingkorting was daarom terecht afgewezen.
Rechtbank Noord-Nederland, 15 juni 2021, ECLI (verkort): 2400