Door tussenschuiven van een stichting ontstaat er geen ab

Door het tussenschuiven van een niet-transparante stichting kan box 2-heffing voorkomen worden. Er was in deze zaak volgens Hof Arnhem-Leeuwarden dus geen sprake van een aanmerkelijk belang (ab).

7 mei 2018 | Door redactie

De belastingplichtige in deze zaak was in dienst bij een bv A. Deze bv nam in augustus 2006, via haar deelneming B bv, voor € 24,5 miljoen de aandelen C nv over van D bv. De man richtte eind 2006 een stichting op. Deze stichting had als doel het verkrijgen van aandelen/certificaten van B bv. Op 1 januari 2007 treedt de belastingplichtige in dienst van C nv. Bij zijn ontslag krijgt hij de mogelijkheid om een belang in B bv te kopen voor € 10 per certificaat. Zijn stichting geeft daarna certificaten uit aan hem en aan zijn minderjarige kinderen. De aandelen van de nv werden in het jaar 2010 verkocht voor € 520 miljoen.

Geen voordeel uit ab

De stichting ontving € 25 miljoen aan dividend van de nv. Dit dividend werd doorgesluisd naar de belastingplichtige en zijn kinderen. De inspecteur vond dat de man een ab (tool) in de nv had en dat hij dus een voordeel uit ab had genoten. De rechtbank was het met de inspecteur eens maar hof Arnhem-Leeuwarden maakt korte metten met de uitspraak van de rechtbank. Het hof gaf aan dat er geen sprake was van een behaald voordeel uit ab door de man. Hij mocht gewoon vastleggen dat hij 90% en zijn kinderen 10% van de aandelen van de deelname in de nv zouden krijgen. De rechter gaf ook aan dat de stichting ertussen was geplaatst om ervoor te zorgen dat niet bekend werd dat de kinderen ook een belang in de nv zouden krijgen. Dit was volgens hem een legitieme reden.

Stichting was niet transparant

Er waren wel een paar fouten gemaakt bij de stichting zoals het niet doorvoeren van wijzigingen in de statuten maar die wogen niet zo zwaar dat geconcludeerd moest worden dat er wel een ab zou zijn. Volgens het hof konden deze fouten ook makkelijk hersteld worden. Verder gaf de rechter aan dat de stichting niet transparant was. De kinderen hadden naast hun vader ook zelfstandige vermogensrechten via de stichting. De man kreeg dus gelijk van het hof.
Hof Arnhem-Leeuwarden, 17 april 2018, ECLI (verkort): 3621