Navordering dga na verkoop pand over de grens

Als een Nederlandse firma waar u als dga een aanmerkelijk belang in heeft buitenlands onroerend goed verkoopt, kan de fiscus langer een navordering opleggen. Dat de verkoopwinst is gemaakt door een Nederlandse vennootschap doet daar niks aan af.

18 januari 2017 | Door redactie

Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland. De zaak draaide om een man die een aanmerkelijk belang had in een Nederlandse firma en ook een belang in twee Duitse vennootschappen. Die Duitse firma’s participeerden op hun beurt weer in Duits onroerend goed. Dat belang deden ze in 2005 over aan een koper voor circa € 53 miljoen.
Een week na het sluiten van het koopcontract verkocht de Nederlander zijn 5%-belangen in de Duitse firma’s aan de Nederlandse vennootschap waar hij een aanmerkelijk belang in hield. Hij verkocht de stukken tegen de nominale waarde van in totaal € 10.000.

Aandelen voor ‘een te laag bedrag verkocht’

De Nederlandse vennootschap verkocht de aandelen in de Duitse firma’s weer in 2006 en gaf voor de vennootschapsbelasting een verkoopwinst van dik € 5,2 miljoen op. Volgens de vennootschap viel dat onder de deelnemingsvrijstelling (tool).
Maar in 2010 deed de Belastingdienst boekenonderzoek bij de Nederlandse vennootschap en kreeg argwaan. De inspecteur was van mening dat de Nederlander de aandelen in de Duitse firma’s voor een te laag bedrag had verkocht. Omdat hij toen al wist dat ‘de aandelen vanwege de (aanstaande) verkoop van de onroerende zaken sterk in waarde waren gestegen’. In november 2013 legde de fiscus daarom een navorderingsheffing en een boete op over 2005. Dat was dus buiten de reguliere navorderingstermijn (tool) van vijf jaar voor inkomsten.

Winst uit verkoop van Duits onroerend goed

De Nederlander voerde aan dat de verkoopwinst van ruim € 5,2 miljoen was gerealiseerd door een Nederlandse vennootschap en daarom de langere invorderingstermijn op inkomsten niet zou moeten gelden. Maar volgens de rechter is voldoende aannemelijk dat de verkoopwinst voortkomt uit een verkoop in Duitsland. Bovendien is de inspecteur voldoende voortvarend te werk gegaan. Daarom is de langere termijn van 12 jaar toegestaan.
Rechtbank Gelderland, meervoudige belastingkamer, 29 december 2016, ECLI (verkort): 7087