Veel werknemers willen arbeidsduur aanpassen

Ruim één miljoen werknemers zien graag een uitbreiding van het aantal uren dat zij werken. Meer dan een half miljoen wil juist minder uren werken, zo blijkt uit onderzoek. Met de Wet flexibel werken kan een werknemer hiervoor eenvoudiger een verzoek indienen bij zijn werkgever. De ondernemingsraad (OR) speelt hierbij mogelijk ook een rol.

14 maart 2016 | Door redactie

De resultaten van het onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten zien dat een miljoen werknemers meer uren willen werken. Het gaat daarbij vooral om mensen die nu werken in een parttimebaan van 12 tot 35 uur per week. Ruim de helft heeft een flexibel dienstverband. Toch geeft 4% van de voltijders ook aan beschikbaar te zijn om meer uren te werken.
Van de werknemers die in 2014 aangaven meer uren te willen werken, wist 40% dit een jaar later ook daadwerkelijk te bewerkstelligen. Van de werknemers die minder uren wilden werken, slaagde slechts 30% daarin.

Werkgever mag verzoek niet zomaar afwijzen

Sinds 1 januari 2016 geldt de Wet flexibel werken (tools). Daardoor heeft een werknemer het wettelijke recht gekregen om een aanvraag in te dienen bij zijn werkgever voor aanpassing van zijn arbeidsduur, arbeidstijden of een wijziging van zijn werkplek. De werkgever moet schriftelijk een onderbouwing van zijn reactie op het verzoek aan de werknemer geven. Voor het afwijzen van zo’n verzoek heeft de werkgever een zwaarwegend bedrijfsbelang nodig. Dat geldt niet voor wijziging van de werkplek, wat niet wegneemt dat de werkgever ook dit verzoek serieus moet overwegen.

Afspraken in de cao of met de OR

In de cao kunnen afspraken die afwijken van de Wet flexibel werken worden opgenomen. De werkgever moet in zulke gevallen de regels in de cao volgen. Staat er ook niets over flexibel werken in de cao, dan kunnen de werkgever en de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging samen afspraken maken over de vermeerdering van de arbeidsduur of aanpassing van de werktijden en de werkplek.