Adviesrecht: verschillen tussen de OR, PVT en PV
Het adviesrecht is één van de belangrijkste bevoegdheden van de medezeggenschap. Brengt de ondernemingsraad (OR) een advies uit, dan kan een bestuurder dat niet negeren. In organisaties zonder OR heeft de personeelsvertegenwoordiging (PVT) of personeelsvergadering (PV) ook adviesrecht. Dit is echter minder uitgebreid dan het adviesrecht van de OR. Ook hebben de PVT en PV niet dezelfde beroepsmogelijkheden als de OR.
In artikel 25 WOR staat een lijst met onderwerpen waarbij de bestuurder verplicht is de OR om advies te vragen over een voorgenomen besluit. Het gaat om belangrijke besluiten, die grote gevolgen (kunnen) hebben voor de organisatie. Denk aan het afstoten van werkzaamheden, het aantrekken van een groot krediet of het invoeren van een belangrijke technologische voorziening. Daarnaast heeft de OR het recht om de bestuurder ongevraagd te adviseren over elk onderwerp dat de onderneming aangaat (initiatiefrecht, artikel 23, lid 3 WOR). Als de OR dat schriftelijk en onderbouwd doet, is de bestuurder verplicht daarover met de OR te overleggen en moet hij de OR zo spoedig mogelijk schriftelijk en onderbouwd laten weten in hoeverre hij het voorstel overneemt.
Advies van de OR is niet vrijblijvend
Er gelden de nodige spelregels voor het adviesrecht van de OR. Zo moet de bestuurder een adviesaanvraag tijdig en schriftelijk voorleggen aan de OR, voorzien van zijn beweegredenen, de te verwachten gevolgen voor de werknemers en de maatregelen die hij tegen mogelijke negatieve gevolgen wil nemen. Ook moet hij zijn voornemen minimaal één keer in een overlegvergadering met de OR bespreken voordat de OR advies uitbrengt. De bestuurder is niet verplicht om het OR-advies op te volgen. Als hij het OR-advies niet of niet volledig overneemt, moet hij de OR daar zo snel mogelijk schriftelijk en onderbouwd over informeren. Ook moet hij zijn besluit dan minimaal één maand opschorten. Dit geeft de OR de gelegenheid om tegen het besluit in beroep te gaan bij de Ondernemingskamer (infographic). Bij een ongevraagd OR-advies (artikel 23, lid 3 WOR) heeft de OR alleen een beroepsmogelijkheid als de bestuurder zich niet aan de wettelijke regels houdt. Hiervoor kan de OR dan niet bij de Ondernemingskamer, maar bij de kantonrechter terecht.
Belangrijke besluiten voor minimaal 25% van de werknemers
De invloed van de PVT gaat minder ver. De PVT heeft alleen adviesrecht bij besluiten die belangrijke gevolgen hebben voor minimaal een kwart van de werknemers, zoals een wijziging van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, een belangrijke verandering van de arbeid of ontslag om bedrijfseconomische redenen (artikel 35c, lid 3 WOR). Net als bij de OR, moet de bestuurder zijn adviesaanvraag tijdig, schriftelijk en beargumenteerd indienen bij de PVT. Alleen als de bestuurder zijn adviesaanvraag te laat indient, kan de PVT beroep aantekenen bij de kantonrechter.
PV heeft geen beroepsrecht
Als de organisatie geen OR of PVT heeft, moet de bestuurder minimaal twee keer per jaar een personeelsvergadering organiseren. Ook de PV heeft beperkt adviesrecht (artikel 35b, lid 5 WOR). Het adviesrecht van de PV geldt voor voorgenomen besluiten die kunnen leiden tot verlies van werk, die gevolgen hebben voor de werkzaamheden, arbeidsomstandigheden of -voorwaarden van minimaal een kwart van de werknemers, of die gevolgen hebben voor collectieve regelingen op het gebied van arbeids- en rusttijden, pensioen, vakantiedagen, reiskosten en opleidingen. De PV heeft geen beroepsrecht.
Meer informatie over het adviesrecht van de OR vind je in de toolbox Stroomlijn het adviesrecht van de OR.