Adviesrecht OR: het klassieke advies

Bij ‘klassiek adviseren’ blijven de OR en de bestuurder dicht bij de wettelijke bepalingen. Een proactieve OR zal zich niet kunnen vinden in deze manier van advies uitbrengen, maar de vorm past prima bij een toetsende en iets meer afwachtende OR.

19 juli 2017 | Door redactie

Klassiek adviseren gebeurt vanzelf als de OR pas het adviestraject (tool) instapt op het moment dat de bestuurder de raad een adviesaanvraag voorlegt. In dat geval heeft de bestuurder al overlegd met diverse partijen, zoals de financiële afdeling, HR en de arboprofessional(s), en zijn de kernvragen al uitgewerkt, namelijk:

  • Wat is het voorgenomen besluit?
  • Wat zijn de motieven?
  • Wat zijn de gevolgen voor de werknemers?
  • Hoe worden eventuele negatieve personele gevolgen opgevangen?

Speelruimte vergroten bij klassiek adviseren

De bestuurder heeft bij klassiek adviseren zijn voorgenomen besluit al uitgedacht en uitgewerkt. Eventuele alternatieven heeft hij beoordeeld en verworpen, waardoor de kans dat hij een alternatief van de OR in overweging wil nemen vrij klein is. De OR heeft in deze situatie weinig andere opties dan het plan te beoordelen en de bestuurder een goed onderbouwd advies met eventueel aanvullende eisen aan te bieden. De OR kan zijn speelruimte vergroten door als aanvullende eis te stellen dat bestuurder de raad bij latere uitvoeringsbesluiten eerder in het proces betrekt. Ook is het advies sterker als de OR – afhankelijk van de situatie – andere afdelingen heeft gepolst, zoals HR, de arbocommissie en de arboprofessional(s).

Kanttekeningen als kern van het advies

Het OR-advies (tool) van een slimme OR luidt niet simpelweg ‘ja’ of ‘nee’, maar bevat kanttekeningen. Sterker nog, deze kanttekeningen kunnen de kern van het advies vormen. Door met de bestuurder mee te denken en de punten van andere partijen, bijvoorbeeld de arboprofessional, mee te nemen in het advies, ondersteunt de OR de bestuurder optimaal. De OR moet er wel voor waken het advies onduidelijk te verwoorden (tool). De kanttekeningen mogen geen vragen bevatten; deze moeten voor het uitbrengen van het advies zijn beantwoord.