Ondernemingskamer zet OR van KLM buitenspel

De Ondernemingskamer van het hof in Amsterdam oordeelde dat vliegmaatschappij KLM zonder inmenging van de ondernemingsraad de bezuinigingsmaatregel mag doorvoeren om met een bemanningslid minder te vliegen.

1 februari 2017 | Door redactie

De KLM besloot vorig jaar om minder cabinepersoneel in te zetten maar vroeg de OR daarbij niet om advies. De OR vond dat dit besluit onder de categorie ‘reorganisatie’ viel en eiste adviesrecht op (artikel 25 lid 1 sub d Wet op de ondernemingsraden (WOR)). De OR kreeg dat adviesrecht niet van het bestuur van KLM en besloot om het adviesrecht af te dwingen via de Ondernemingskamer (OK). Ook de vakbonden protesteerden flink tegen de verminderde inzet van cabinepersoneel.

Bezuiniging was geen belangrijke wijziging

Een ‘belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden’ is volgens artikel 25 lid 1 sub d WOR adviesplichtig. Volgens de Ondernemingskamer is de beslissing om het aantal cabinepersoneelsleden op intercontinentale vluchten te verlagen geen ‘belangrijke wijziging in de organisatie'. De claim van de OR op het adviesrecht voor deze bezuinigingsmaatregel vond daarom de OK daarom ongegrond.

OR moet alsnog met KLM om tafel

De uitspraak van de OK is bindend. De OR zal dus alsnog met de werkgever om tafel moeten om de samenwerking weer op te pakken. KLM heeft al aangegeven de cao-onderhandeling met de vakbonden snel weer op te willen starten en zo tot een werkbare situatie te komen. Vakbonden waarschuwden eerder voor de veiligheid aan boord, verminderde service voor passagiers en over te hoog oplopende werkdruk als gevolg van de bezuinigingsmaatregel.