Onduidelijkheid over advies van de OR

Bij een adviesvraag moeten de bestuurder en de OR rekening houden met de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Zo heeft de OR heeft recht op voldoende informatie om advies te kunnen geven en als de bestuurder wil afwijken van een negatief advies van de OR, moet hij toelichten waarom hij van het advies afwijkt. Wijkt hij af, dan moet hij een maand wachten met zijn besluit. Het moet dan wel duidelijk zijn wanneer de OR daadwerkelijk advies heeft gegeven.

7 mei 2014 | Door redactie

In een zaak bij de Ondernemingskamer (OK) had de OR een adviesaanvraag van de bestuurder ontvangen over het inkrimpen van de werkzaamheden in de organisatie; er zouden negen werknemers  worden ontslagen vanwege een slechte financiële situatie. In de overlegvergaderingen kreeg de OR antwoord op zijn vragen over de manier waarop de boventalligheid was vastgesteld en de optie om de werknemers te herplaatsen binnen de holding waarvan de organisatie deel uitmaakte.

Bestuurder moet één maand wachten met uitvoering

De voorzitter van de OR had de bestuurder telefonisch laten weten dat de OR een negatief advies zou uitbrengen. De bestuurder stuurde toen een conceptmail aan de voorzitter waarin stond dat de organisatie de maatregelen wel zou uitvoeren en daarbij de wachttijd van één maand in acht zou nemen. Daarop stuurde de OR een bericht met een aantal punten waarop de OR toelichting wilde van de bestuurder. De bestuurder beschouwde dit als het negatieve advies van de OR en verstuurde de conceptmail toen naar alle werknemers.

Heeft de OR zijn definitieve advies gegeven?

De OR stapte naar de OK omdat onduidelijk was of de OR daadwerkelijk advies had uitgebracht. De bestuurder had verder niet aangegeven waarom hij van het advies was afgeweken (artikel 25 lid 5 WOR) en de OR had geen reactie gehad op zijn vraag om nadere informatie in het advies (artikel 25 lid 3 WOR).

Bestuurder had de vragen van de OR al beantwoord

Volgens de OK was de adviesprocedure goed verlopen. Het bericht dat de OR aan de bestuurder had gestuurd, moest worden gezien als het advies. Daarin had de OR duidelijk moeten maken welke informatie onvoldoende was of waardoor de OR tot een negatief advies was gekomen. Aangezien het advies uit vragen bestond, die al eerder waren beantwoord, kon de bestuurder niet aangeven hoe hij van dat advies was afgeweken. De OR was schriftelijk op de hoogte gesteld van het besluit en de bestuurder had de vragen bovendien al eerder voldoende toegelicht. Het verzoek van de OR werd afgewezen.
Ondernemingskamer Amsterdam, 2 april 2014, ECLI (verkort): 1049