OR moet alert zijn bij technologische voorzieningen

Het werken op afstand tijdens deze coronacrisis kan vragen om investeringen in technologische voorzieningen. Zo’n investering moet voor advies langs de ondernemingsraad (OR). Omdat technologische voorzieningen vaak ingrijpende gevolgen hebben, kan zo’n investering leiden tot meerdere adviestrajecten én instemmingsaanvragen voor de OR.

23 oktober 2020 | Door redactie

Vlag EngelsThis news article is also available in English

Nu de coronacrisis al lange tijd duurt en waarschijnlijk voorlopig nog niet voorbij is, zijn werkgevers gedwongen om tijdelijke oplossingen te vervangen door verbeterde structurele varianten. Het thuiswerken, en daarmee ook het werken en overleggen op afstand, kan bijvoorbeeld vragen om een investering in een technologische voorziening. Denk aan de aanschaf van goede webcamera’s, microfoons, wifi-versterkers en software voor alle werknemers. Met dit soort voorzieningen behoren haperende beelden en slecht geluid tot het verleden. Daarmee verbetert de kwaliteit van het overleg op afstand aanzienlijk. Op een investering in een belangrijke technologische voorziening heeft een OR adviesrecht (artikel 25, lid 1k WOR).

OR moet kritisch doorvragen over doel technologische investering

Legt de bestuurder een investering in een technologische voorziening voor aan de OR voor advies, dan doet de OR er goed aan om kritisch door te vragen naar de aanleiding en het doel van de investering. Wil de bestuurder bijvoorbeeld thuiswerken, en daarmee dus ook het werken en overleggen op afstand, standaard invoeren in de organisatie na de coronacrisis? Dit kan leiden tot een wijziging of intrekking van de regeling op het gebied van werkoverleg. Daarover heeft de OR instemmingsrecht (artikel 27, lid 1i WOR). Het instemmingsrecht is ook van toepassing als er sprake is van een wijziging van een regeling voor de arbeidsomstandigheden (artikel 27, lid 1d WOR). Zo zijn er op de thuiswerkplek andere risico’s dan op de werkvloer, zoals een verstoorder werk- privébalans. Dat vraagt dus om een aanpassing van de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) en ook daarop heeft de OR instemmingsrecht. Als het gaat om software die de prestaties en/of het gedrag van de thuiswerkende werknemer volgt of vastlegt, is het instemmingsrecht van artikel 27, lid1l WOR aan de orde.

Adviesrecht OR kan ook gelden bij tijdelijke proefprojecten

Het adviesrecht geldt ook voor bijvoorbeeld tijdelijke proefprojecten met belangrijke gevolgen voor de werknemers die moeilijk omkeerbaar zijn. Anders zou de bestuurder de besluitvorming stapsgewijs kunnen doorvoeren zonder de OR daarbij te betrekken. De bestuurder doet er dus goed aan om de OR altijd te informeren, zodat deze op de hoogte is en vanaf het begin kan meedenken. Dat levert bij de officiële advies- of instemmingstrajecten ook tijdwinst op. De OR is dan immers al op de hoogte én heeft de plannen kunnen bijsturen waar nodig.