OR voorkomt wijziging van rechtsvorm

Het omzetten van de rechtsvorm van een organisatie is niet altijd even makkelijk. De OR van een stichting voor kinderopvang wist via Ondernemingskamer te voorkomen dat de stichting werd omgezet naar een BV. De OR had hierover een adviesvraag ontvangen. Volgens de raad wist de bestuurder de reden voor de omzetting niet goed te onderbouwen.

26 januari 2012 | Door redactie

De stichting was van mening was dat de onbetaalde Raad van Toezicht (RvT) niet meer in staat was om goed toezicht te houden op de snelgroeiende organisatie. De OR deelde dit standpunt met de stichting, maar zag daarin geen noodzaak om van de stichting een BV te maken. Volgens de OR was een wijziging in de organisatorische structuur een goede oplossing. Het dagelijks bestuur zou dan bestaan uit een of meerdere directeuren en daarbij een betaalde en professionele RvT. Ook wilde de OR voorkomen dat de aandelen binnen korte tijd aan derden worden doorverkocht. De stichting kwam niet of te laat met antwoorden op de adviezen van de OR.

Stichting schatte vermogen zelf in

De Ondernemingskamer oordeelde dat de stichting haar keuze voor een BV onvoldoende wist te onderbouwen. Ook kwam ze te laat met een oplossing voor de aandelen. Verder ging de stichting de fout in door zelf het vermogen van de stichting te schatten in plaats van een deskundige in te schakelen. De OR werd in het gelijk gesteld, waarop de stichting het besluit tot omzetting moest intrekken.

Stichting diende vrijwillig adviesvraag in

Het is maar de vraag of de OR in dit geval beroep kon doen op zijn adviesrecht zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Geen van de bepalingen in dit artikel geven een OR exclusief recht op een adviesaanvraag als de organisatie haar rechtsvorm wil wijzigen. In dit geval diende de stichting vrijwillig een adviesvraag in bij de OR. Maar dan kan de OR – net als bij de verplichte advies- of instemmingsaanvragen – in beroep gaan als de bestuurder zonder goede reden het advies in de wind slaat.
Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam, 10 november 2011, LJN: BU4200