Sterkere positie medezeggenschap in onderwijs

De medezeggenschap van docenten, studenten, leerlingen en ouders in het onderwijs wordt versterkt dankzij het wetsvoorstel Versterking Bestuurskracht van minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

17 juni 2016 | Door redactie

De Eerste Kamer stemde op 14 juni in met het wetsvoorstel Versterking Bestuurskracht. Daarmee krijgen medezeggenschapsraden (MR’en), docenten, studenten, leerlingen en ouders meer medezeggenschapsrechten. Zo krijgen MR’en alle redelijkerwijs noodzakelijke kosten voor hun taken vergoed en krijgen betrokken medezeggenschapsorganen meer inspraak op de benoeming en het ontslag van bestuurders. Ook komen er strengere voorschriften voor meldregelingen rondom wanbeleid.

Belangrijkste wijzigingen voor medezeggenschap onderwijs

De belangrijkste wijzigingen die voortkomen uit het wetsvoorstel zijn:

  • benoeming van bestuurders moet plaatsvinden op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen;  
  • de medezeggenschap krijgt adviesrecht op het vaststellen van de profielen van te benoemen bestuurders;
  • de medezeggenschap krijgt adviesrecht met betrekking tot de benoeming of het ontslag van leden van het (college van) bestuur;
  • bij het werven van een bestuurder moet een sollicitatiecommissie komen waarin in elk geval een lid namens het personeel en een lid namens de studenten, leerlingen of ouders spreekt;
  • de medezeggenschap krijgt instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting;
  • de toezichthouder moet minimaal twee keer per jaar overleggen met het medezeggenschapsorgaan.

Benoeming en ontslag van bestuurders

Volgens het wetsvoorstel (pdf) benoeming van bestuurders zal gaan gebeuren op basis van vooraf openbaar gemaakte benoemingsprofielen (zoals dat al geldt voor benoemingen van leden van raden van toezicht). Verder krijgen medezeggenschapsorganen een adviserende rol bij de vaststelling van die profielen en bij benoeming en ontslag van bestuurders. Ook introduceert het voorstel onder meer een meldplicht voor de interne toezichthouder bij een redelijk vermoeden van wanbeheer.