Zorg moet medezeggenschap cliënten regelen

Op 1 juli 2020 treedt de Wet medezeggenschap cliënten in de zorg (WMCZ) 2018 in werking. Een nieuw onderdeel in de wet is een alinea over inspraak. De wet geeft zorgbestuurders en cliëntenraden tot 1 januari de tijd om een verplichte medezeggenschapsregeling op te stellen.

22 juni 2020 | Door redactie

De WMCZ 2018 versterkt de inspraak en medezeggenschap van cliënten(raden) in de zorg. Artikel 2 van de WMCZ 2018 geeft cliënten en hun vertegenwoordigers uitdrukkelijk inspraak bij onderwerpen die betrekking hebben op hun leven in de zorginstelling. Daarnaast neemt de wet struikelblokken weg waar cliëntenraden door de toegenomen complexiteit van de zorg tegenaan liepen. Zo staat in de nieuwe wet dat cliëntenraden tijdig begrijpelijke informatie moeten krijgen en dat ze recht hebben op een scholingsbudget en op het inhuren van deskundige ondersteuning. Ook moeten er goede afspraken komen over de onderlinge samenwerking en communicatiestructuur tussen de cliëntenraad en het bestuur van de zorgorganisatie.

Zorgorganisatie bepaalt zelf hoe zij inspraak vormgeeft

De wet is vormvrij; de zorginstelling kan zelf bepalen hoe zij invulling geeft aan inspraak van patiënten- en cliëntenraden. Om zorgorganisaties en cliëntenraden op weg te helpen, heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de handreiking ‘Inspraak in de Wmcz 2018 (pdf)’ gepubliceerd. De handreiking beschrijft het belang van inspraak in de zorgsector en biedt handvatten en tips om de medezeggenschap in zorgorganisaties vorm te geven. Denk bijvoorbeeld aan een online ideeënbus op de website, een informeel gesprek onder het genot van een hapje en drankje of een ‘droombijeenkomst’, waarbij cliënten en hun naasten kunnen vertellen wat voor hen de ideale situatie in de zorginstelling zou zijn.

Tot 1 januari de tijd om medezeggenschapsregeling op te stellen

Zorgbestuurders en cliëntenraden hebben tot 1 januari 2021 de tijd om een medezeggenschapsregeling op te stellen. Als gevolg van de coronacrisis is het voor veel zorgorganisaties lastig om zo’n regeling uit te werken. Minister De Jonge van VWS verleent weliswaar geen uitstel voor het opstellen van een medezeggenschapsregeling, maar gaf al aan dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) voorlopig niet handhaaft als de zorginstelling de regeling niet op tijd op papier heeft. Wel gaat de IGJ erop toezien dat organisaties zich vanaf 1 juli aan de vernieuwde wet houden.

WMCZ geeft cliëntenraad (verzwaard) adviesrecht

De WMCZ bestaat al sinds 1996. De wet werd ingevoerd om de medezeggenschap van cliënten van zorginstellingen te bevorderen. De WMCZ regelt de inspraak van cliënten van zorginstellingen en staat dus volledig los van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), waarin de medezeggenschap van werknemers is geregeld. In de WMCZ staat onder andere dat de cliëntenraad adviesrecht heeft bij alle onderwerpen die cliënten van zorginstellingen aangaan, en verzwaard adviesrecht bij onderwerpen die van belang zijn voor de kwaliteit van de zorgverlening en van het leven van cliënten die langdurig in een zorginstelling verblijven. De cliëntenraad mag bovendien minimaal één vertegenwoordiger voordragen voor het bestuur of voor de raad van toezicht (RvT). Het wetsvoorstel voor de WMCZ 2018, die 1 juli van kracht wordt, werd op 20 november 2018 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer.