VERDIEPINGSARTIKEL

Voordeel met goed speuren

Speur- en ontwikkelingswerk loont. De overheid stimuleert deze werkzaamheden met een korting op de af te dragen loonbelasting/premie volksverzekeringen en de eindheffing over het loon van de werknemers die zich met onderzoek en ontwikkeling bezighouden.

Uiteraard zijn er wel voorwaarden aan verbonden. Aan u de taak om de afdrachtvermindering op de juiste manier in de aangifte loonheffingen te verwerken.


24 maart 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Als u een afdrachtvermindering kunt toepassen, betaalt u minder loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing dan u aangeeft. Voordelig dus. De overheid heeft iedere afdrachtvermindering in het leven geroepen met een specifiek doel, bijvoorbeeld het stimuleren van werkgelegenheid.

In 2021 zijn er drie afdrachtverminderingen waarop uw organisatie recht kan hebben. Ten eerste de afdrachtvermindering zeevaart voor zeevarenden die werken op een Nederlands schip. Daarnaast is er sinds 1 januari 2021 de nieuwe BIK-afdrachtvermindering (baangerelateerde investeringskorting), die is bedoeld om het doen van investeringen te stimuleren (zie ook Salaris Rendement 13-2020).

Tot slot is er de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk, ter bevordering van onderzoek. Over deze afdrachtvermindering leest u meer in dit artikel.

S&O-afdrachtvermindering aanvragen

Als uw onderneming werk maakt van research & development, kunt u via de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) korting claimen op (loon)kosten en uitgaven aan wat bij de overheid speur- en ontwikkelingswerk (S&O) heet. U kunt in 2021 S&O-afdrachtvermindering aanvragen voor:

  • het ontwikkelen van een product, een productieproces of programmatuur;
  • het uitvoeren van technisch-wetenschappelijk onderzoek (TWO).

Ook kan uw onderneming een afdrachtvermindering krijgen op de uitgaven die gemoeid zijn met innovatie.

Twee schijven

Het kabinet heeft dit jaar extra geld uitgetrokken voor de WBSO. De regeling heeft (ook) in 2021 twee schijven:

  • 40% (dit was 32% in 2020) van de loonkosten en de overige kosten en uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk over de eerste € 350.000;
  • 16% over het meerdere.

Voor startende ondernemingen geldt in de eerste schijf een tarief van 50%.

De hoogte van de S&O-afdrachtvermindering is dus onder meer gebaseerd op de loonkosten van werknemers die speur- en ontwikkelingswerk doen. Het gaat dan om werknemers die in echte dienstbetrekking zijn bij uw organisatie.

Loonkosten van werknemers in fictieve dienstbetrekking tellen dus in principe niet mee (uitzonderingen daargelaten). De afdrachtvermindering is wel te verrekenen met de loonbelasting/premie volksverzekeringen die u voor alle werknemers moet betalen.

De verrekening van een correctie-S&O-verklaring

Blijkt uit de mededeling die u heeft gedaan dat het totaal van de gerealiseerde S&O-uren of het totaal van de gemaakte kosten en uitgaven lager is dan is toegekend? Dan ontvangt u van de RVO een correctie-S&O-verklaring. Hierin staat één correctiebedrag voor alle S&O-verklaringen van het kalenderjaar.

Mogelijkheden
Hoe u het correctiebedrag moet verrekenen is afhankelijk van hoeveel S&O-afdrachtvermindering u al heeft toegepast. Er zijn drie mogelijkheden:

  1. U heeft bij het toepassen van de S&O-afdrachtvermindering rekening gehouden met de werkelijke realisatie van S&O-uren (en kosten en uitgaven). U hoeft dan niets meer te verrekenen.
  2. Als u het oorspronkelijk toegekende bedrag aan afdrachtvermindering (bijna) volledig heeft verrekend, moet u na ontvangst van de correctie-S&O-verklaring het te veel genoten bedrag aan afdrachtvermindering terugbetalen.
  3. Als u géén (of minder) S&O-afdrachtvermindering heeft verrekend dan waarop u recht heeft, kunt u na ontvangst van de verklaring nog de resterende vermindering toepassen. U dient dan één of meerdere correctieberichten in voor aangiftetijdvakken die al zijn verstreken en die vallen binnen het kalenderjaar van de verklaring. Let op dat u in een aangiftetijdvak nooit méér vermindering toepast dan wat u aan loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing moet afdragen.

S&O-verklaring aanvragen

U moet de S&O-afdrachtvermindering altijd aanvragen vóór de start van het innovatieproject. U vraagt dan een S&O-verklaring aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, zie de website RVO.nl.

In de aanvraag geeft u een schatting van het aantal uren dat werknemers in uw onderneming gaan besteden aan S&O-werk. Er moet een duidelijk verband zijn tussen de opgegeven kosten en de S&O-werkzaamheden. Bovendien moeten de kosten voor 100% zijn toe te rekenen aan het project.

RVO.nl werkt aan een nieuw portaal voor de aanvraag. Nu is dit nog alleen bruikbaar voor het aanvragen van de subsidie, en alleen als u de aanvraag zelf doet. U heeft eHerkenning met veiligheidsniveau eH2+ of eH3 nodig.

Maar let op, vanaf 1 juli 2021 is minimaal eH3 nodig.

S&O-administratie is verplicht

Wordt uw aanvraag (deels) goedgekeurd, dan ontvangt u een verklaring van de RVO waarin staat welk bedrag aan afdrachtvermindering u maximaal mag verrekenen in de loonaangifte.

Als u zo’n S&O-verklaring heeft ontvangen van de RVO, is uw organisatie verplicht een S&O-administratie in te richten. Daaruit moet onder meer op te maken zijn hoe de werkzaamheden verlopen en hoeveel uur ermee gemoeid is. De RVO heeft hiervoor ook een model-Excel op zijn website staan.

U moet het aantal uren dat werkelijk aan S&O-werk is besteed achteraf altijd melden bij de RVO, ook als dit aantal nul is. Dit moet binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waar de S&O-verklaring betrekking op heeft, dus uiterlijk op 31 maart.

De S&O-administratie moet voor controle beschikbaar zijn binnen twee maanden na het kalenderkwartaal waarin het speur- en ontwikkelingswerk is gedaan. En de urenadministratie van het S&O-werk moet voor controle beschikbaar zijn binnen tien werkdagen na de dag waarop het S&O-werk is gedaan.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de WBSO moet de innovatie of het onderzoek plaatsvinden binnen de Europese Unie (dat is dus niet langer met het Verenigd Koninkrijk). Uw organisatie moet vallen onder de vennootschaps- of inkomstenbelastingplicht in Nederland en mag geen publieke kennisinstelling zijn. Bovendien moet uw onderneming loonheffingen afdragen voor de werknemers die het ontwikkelingswerk of het onderzoekswerk uitvoeren.

Aangifte loonheffingen

In de aangifte loonheffingen trekt u het totale bedrag van de S&O-afdrachtvermindering per aangiftetijdvak af van het totale bedrag aan ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing dat u moet betalen. Het totaalbedrag van de loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing mag echter door de afdrachtverminderingen niet negatief worden. U mag de totaalbedragen in uw voordeel naar boven afronden op hele euro’s, maar de bedragen per werknemer mag u niet afronden.

U past de S&O-afdrachtvermindering alleen toe over aangiftetijdvakken die eindigen in de periode van de S&O-verklaring. Voor die tijdvakken verrekent u in de aangifte loonheffingen maximaal een evenredig deel van het nog ongebruikte bedrag van de S&O-verklaring. Heeft u een loonheffingennummer met verschillende subnummers, zoals L01 en L02? In dat geval mag u de afdrachtverminderingen onderling verrekenen.

Is aan het einde van de S&O-periode een deel van de afdrachtvermindering S&O niet verrekend? Dan mag u het restant verrekenen met alle tijdvakken in het kalenderjaar waarop de S&O-verklaring betrekking heeft, als daar nog ruimte voor is. In dat geval kunt u een correctie indienen voor de eerder ingediende aangifte. Dat hoeft niet als u verrekent met een toekomstig tijdvak.

De handige checklist Vollediger innoveren met de WBSO kunt u gebruiken om de afdrachtvermindering correct toe te toepassen en zo geen voordeel mis te lopen.