VERDIEPINGSARTIKEL

Fiscale afschrijvingsbeperkingen

Investeren in bedrijfsmiddelen brengt uiteraard kosten met zich mee. Deze kosten mag u meestal niet in één keer in aftrek brengen. Normaal gesproken schrijft u bedrijfsmiddelen op grond van goed koopmansgebruik af over een bepaalde periode.

U kunt dus jaarlijks een bedrag ten laste van het resultaat brengen. Er gelden echter een aantal fiscale beperkingen voor een aantal bedrijfsmiddelen. Welke zijn dit precies en hoe worden deze beperkt?


19 mei 2020 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Als u de jaarlijkse afschrijving heeft bepaald op grond van goed koopmansgebruik moet u vervolgens gaan beoordelen of er ten aanzien van de afschrijving fiscaal rekening moet worden gehouden met een afschrijvingsbeperking. Fiscaal heeft u te maken met afschrijvingsbeperkingen voor bedrijfsmiddelen, goodwill en gebouwen.

Afschrijving op bedrijfsmiddelen

De afschrijving op bedrijfsmiddelen, niet zijnde goodwill, mag maximaal 20% van de aanschaffingskosten bedragen. Bij een aanschaf gedurende het jaar moet u het percentage tijdsevenredig toepassen.

Een voorbeeld: u heeft voor € 20.000 aan computers aangeschaft. De economische levensduur van de computers bedraagt drie jaar. De restwaarde is € 1.000. De jaarlijkse afschrijving op grond van goed koopmansgebruik bedraagt € 6.334. Op grond van de afschrijvingsbeperking voor bedrijfsmiddelen mag u fiscaal echter maar maximaal € 4.000 (20% van € 20.000) afschrijven op de computers.

De afschrijvingsbeperking laat onverlet de mogelijkheid om het bedrijfsmiddel op lagere bedrijfswaarde te waarderen. Afwaardering naar lagere bedrijfswaarde zal de Belastingdienst overigens niet snel accepteren als het bedrijfsmiddel nog steeds binnen uw onderneming wordt gebruikt.

Hoe goodwill afschrijven

Koopt u een winstgevende onderneming, dan zult u voor de overwinstcapaciteit – de goodwill – vaak moeten betalen. Deze goodwill kunt u activeren en hierop afschrijven.

Maar let op: de door uzelf gevormde goodwill mag u niet activeren. U mag dus ook niet daarop afschrijven. Op (gekochte) goodwill mag u maximaal 10% van de aanschaffingskosten afschrijven.

Aangezien goodwill meestal geen restwaarde heeft, komt dit neer op een afschrijving in tien jaar. Ook hier geldt dat als de bedrijfswaarde van de goodwill lager is dan de boekwaarde, afwaardering naar een lagere bedrijfswaarde mogelijk is.

Afschrijvingsbeperking voor gebouwen

Voor gebouwen geldt ook een afschrijvingsbeperking. Op gebouwen is in de IB en VPB afschrijving tot slechts 100% van de bodemwaarde mogelijk. De bodemwaarde sluit daarbij aan bij de WOZ-waarde. Maar voor gebouwen in eigen gebruik in de IB geldt nog een percentage van vijftig.

Voor de WOZ-waarde is de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak in vrij opleverbare staat het uitgangspunt. Met factoren die daarop inbreuk maken, zoals bewoond, verhuurd of verpacht, wordt geen rekening gehouden. Bij de waardebepaling wordt wel rekening gehouden met de invloed van wettelijke beperkingen zoals erfdienstbaarheden en voorschriften uit het bestemmingsplan.

Afschrijven van niet-woningen

Voor incourante gebouwen (niet zijnde woningen) wordt uitgegaan van de vervangingswaarde als deze hoger is dan de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak in vrij opleverbare staat.

Afschrijven is mogelijk tot de bodemwaarde van het gebouw. De wet kent geen definitie van het begrip ‘gebouw’. Daarvoor is de rechtspraak van de investeringsaftrek en de (voormalige) Wet op de Investeringsrekening bepalend. Hieruit zijn enkele kenmerken af te leiden. Het gaat in elk geval om:

  • duurzame verbondenheid met de grond, duurzame constructie;
  • niet eenvoudig verplaatsbaar of demonteerbaar;
  • wanden en dak; bescherming tegen wind en neerslag.

Afschrijvingsbeperking ook voor ondergrond

De afschrijvingsbeperking is niet alleen van toepassing op het gebouw zelf, maar geldt ook voor alles wat tot het gebouw behoort. Tot het gebouw behoren:

  • de ondergrond;
  • onderdelen van een gebouw (zoals elektrische installaties, liften en verwarmings- en luchtbehandelingsinstallaties);
  • aanhorigheden (zaken buiten het gebouw): kenmerk van aanhorigheden is dat deze bij het gebouw behoren en daaraan dienstbaar zijn.

ad. Ondergrond

Hoewel u voor de berekening van uw afschrijvingspotentieel geen rekening hoeft te houden met de (verwachte) waardestijgingen van de grond, kan het toch gevolgen hebben voor de afschrijving als gevolg van de wettelijke afschrijvingsbeperking.

Afschrijven op huurpand

Het komt geregeld voor dat ondernemers in een huurpand investeren. Denk aan het aanbrengen van een winkelpui of winkelbetimmering. Deze investeringen kunnen tot een zogenoemd economisch goed leiden. Hierop kan de ondernemer/huurder dus gewoon afschrijven.

Deze afschrijving wordt daarnaast ook niet geraakt door de afschrijvingsbeperkingen die in principe gelden voor onroerende zaken.

Hier is dus enkel de afschrijvingsbegrenzing voor (overige) bedrijfsmiddelen van toepassing. In principe wordt daarvoor aangesloten bij de looptijd van het huurcontract, tenzij de investeringen in de overige bedrijfsmiddelen een korte(re) economische levensduur kennen. Maar let daarbij dan wel op de afschrijvingsbeperking voor die overige bedrijfsmiddelen van maximaal 20% van de aanschaffingskosten!

Voorbeeld van goodwill en afwaardering

Stel, u heeft een onderneming gekocht en daarbij € 200.000 betaald voor de goodwill. U mag dan jaarlijks maximaal € 20.000 (10% van € 200.000) fiscaal afschrijven.

Lager
Stel dat u door de coronacrisis veel klanten kwijtraakt en daardoor uw winstcapaciteit wezenlijk ziet dalen. In dat geval is een afwaardering naar lagere bedrijfswaarde wellicht mogelijk. U zult dan wel de omvang van de afwaardering aannemelijk moeten maken.

Wilt u weten waarop u dan moet letten? Gebruik dan de checklist ‘Afwaarderen van de goodwill’.

Afschrijvingsmethoden

Het verwachte gebruikspatroon, de verwachte economische levensduur en de restwaarde van een bedrijfsmiddel bepalen de methode van afschrijving. Er zijn diverse afschrijvingsmethoden:

  • afschrijving naar een vast percentage per jaar van het verschil tussen de historische kostprijs en de residuwaarde (lineaire afschrijving);
  • afschrijving van een vast percentage van de boekwaarde (degressieve afschrijving);
  • afschrijving naar een afnemend percentage;
  • progressieve afschrijving;
  • de intensiteitsmethode.

In de praktijk wordt meestal lineair afgeschreven.

Zaken met geringe waarde

De aanschafkosten van voorwerpen van geringe waarde mag u direct ten laste van het resultaat brengen. De Belastingdienst gaat daarbij uit van zaken met een waarde lager dan € 450. Bij een complex van goederen is er geen sprake van een voorwerp van geringe waarde. Schaft u dus voor uw werknemers tweehonderd laptops aan met elk een aanschafprijs van € 400, dan zult u de totale aanschafprijs van € 80.000 moeten activeren en hierop moeten afschrijven.

Hybride bedrijfsmiddel

Is een pand bestemd voor de verkoop, maar wordt het tijdelijk verhuurd? Dan is er sprake van een zogenoemde hybride bedrijfsmiddel. Voor toepassing van de afschrijving is dan sprake van een bedrijfsmiddel. Maar let hierbij op; voor de toepassing van de herinvesteringsreserve (HIR) is er namelijk sprake van een voorraadgoed. Dit wil zeggen dat als het pand verkocht wordt, het dus niet mogelijk is om voor een eventuele boekwinst een HIR te vormen.

Voor werktuigen geldt een uitzondering

Vanwege de werktuigenvrijstelling in de Gemeentewet tellen werktuigen die niet zijn ‘opgegaan’ in een gebouwd eigendom niet mee voor de WOZ-waardering. Aangezien voor de afschrijvingsbegrenzing als uitgangspunt de WOZ-waarde van het gebouw geldt, maken zelfstandige werktuigen ook geen deel uit van het gebouw.

Afscheiden
Van een zelfstandig werktuig is sprake als deze van het gebouw is af te scheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt aangebracht, en zij niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.