Hoe moeten wij de kosten van groot onderhoud verwerken?

12 juni 2020

Hoe moeten wij de kosten van groot onderhoud voor onze onderneming tegenwoordig verwerken?

Vooral als uw onderneming bedrijfsgebouwen of -terreinen bezit, heeft u periodiek te maken met groot onderhoud. Denk aan schilderwerk, asfalteren van het parkeerterrein, vervanging van de dakbedekking, enzovoorts. De kosten moet u jaarlijks inschatten en u moet jaarlijks een bedrag reserveren voor het periodieke onderhoud. Deze inschatting moet onderbouwd zijn met bijvoorbeeld offertes van de schilder.

Als er telkens na een langere gebruiksperiode groot onderhoud wordt verricht aan een materiaal vast actief, mochten ondernemingen tot en met 2018 kiezen uit 3 verschillende verwerkingswijzen:

  • kosten activeren en afschrijven;
  • kosten opnemen in een voorziening;
  • kosten ineens verwerken ten laste van het resultaat in het jaar van onderhoud.

Niet meer ineens verwerken

Maar met ingang van boekjaren beginnend op 1 januari 2019 en daarna is de laatste verwerkingsmethode niet meer toegestaan. De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft aangegeven dat de eerste twee methoden tot een betere toerekening van de lasten leiden en daarmee tot een beter inzicht in het resultaat en het vermogen. Verwerkte u tot nu toe de kosten van groot onderhoud direct in de winst-en-verliesrekening, moet u in boekjaar 2019 een keuze maken tussen de eerstgenoemde 2 methodes.

Afschrijven of voorziening

Kiest u ervoor de kosten van groot onderhoud te activeren en af te schrijven, moet u de kosten afzonderlijk afschrijven (de componentenmethode). Bij aanschaf van de goederen stelt u meteen een aantal componenten vast. Als uw onderneming voldoet aan de voorwaarden voor het mogen vormen van een voorziening, kunt u zo’n voorziening vormen voor groot onderhoud. Dit betekent dat jaarlijks al kosten worden verantwoord voor een toekomstige uitgave. Let op: mocht u op een andere methode moeten overstappen is dit een stelselwijziging en daarbij moet u nadere toelichtingen geven.