Wanneer is verwerken van persoonsgegevens toegestaan?

Publicatiedatum 29 maart 2019

Onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de regels voor het verwerken van persoonsgegevens heel streng geworden. Wanneer is dat voor onze organisatie wel toegestaan?

Organisaties mogen onder de AVG alleen gewone persoonsgegevens verwerken als ze aan één van de zes AVG-grondslagen voldoen. Voor bijzondere persoonsgegevens zijn de regels nog strenger. Dat was overigens ook al zo onder de oude Wet bescherming persoonsgegevens (WBP). De verwerking van bijzondere persoonsgegevens is verboden, tenzij organisaties zich kunnen beroepen op een specifieke wettelijke uitzondering én op één van de zes grondslagen voor het verwerken van ‘gewone’ persoonsgegevens. De zes grondslagen onder de AVG zijn:

  • De organisatie heeft toestemming van de betrokken persoon.
  • De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst.
  • De gegevensverwerking is noodzakelijk voor het nakomen van een wettelijke verplichting.
  • De gegevensverwerking is noodzakelijk ter bescherming van de vitale belangen.
  • De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of uitoefening van openbaar gezag.
  • De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen.