ANBI mag commerciële activiteiten verrichten

Uw organisatie kan commerciële activiteiten verrichten en toch de ANBI-status behouden. Deze activiteiten moeten dan wel gericht zijn op het behalen van het algemeen nuttige doel. Dit stelt de advocaat-generaal in zijn advies aan de Hoge Raad.

29 juni 2016 | Door redactie

Per 1 januari 2012 heeft uw organisatie door de invoering van de Geefwet meer ruimte gekregen voor het verrichten van commerciële activiteiten (tool). Uw organisatie verliest daardoor minder snel de ANBI-status. De Belastingdienst accepteert echter niet altijd dat een ANBI commerciële activiteiten verricht. Zo ging het in deze zaak om een stichting die een katholiek weekblad uitbracht. Op 28 februari 2013 verzocht de stichting om aangemerkt te worden als ANBI. De Belastingdienst weigerde dat, omdat bij de stichting het uitgeven van het weekblad voorop stond en niet zozeer het algemeen belang. De stichting vond dat niet terecht en ging naar de rechter.

Geen doel op zichzelf of kernactiviteit

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besliste echter dat de stichting niet in aanmerking kwam voor de ANBI-status. De stichting werkte volgens het hof met commerciële tarieven. Het ging namelijk om in het economisch verkeer min of meer normale, gebruikelijke prijzen voor een weekblad. Daardoor diende de stichting niet het algemeen belang, maar slechts het particuliere belang.

De advocaat-generaal dacht daar anders over. Voor het toetsen van de commerciële tarieven moest de Belastingdienst volgens hem namelijk kijken of de tarieven de integrale kostprijs van de verrichte diensten of de geleverde goederen te boven ging. De stichting moest dan als doel hebben er financieel voordeel mee te willen behalen. Daarnaast zag de advocaat-generaal het uitgeven van het weekblad niet als een doel op zich of een kernactiviteit, maar meer als een middel om het statutaire doel te behalen. De stichting zou onterecht geen ANBI-status hebben gekregen. Het is nu de vraag of de Hoge Raad deze conclusie van de advocaat-generaal gaat volgen.
Conclusie advocaat-generaal IJzerman, 26 mei 2016, ECLI (verkort): 444