Fiscus let streng op misbruik goede doelen

Een algemeen nut beogende instelling (ANBI) mag niet het particulier belang dienen. In de statuten moet een algemeen nuttig doel zijn opgenomen. De Belastingdienst controleert streng of dat belang ook daadwerkelijk wordt gediend.

16 maart 2016 | Door redactie

Voldoet uw organisatie aan de voorwaarden van een ANBI (tool), dan levert dat een hoop fiscale voordelen op. Het kan dus aantrekkelijk zijn om vermogen onder te brengen in een ANBI. De Belastingdienst controleert streng of met het verkrijgen van de ANBI-status (tool) niet het eigen belang is gediend. Mocht dat wel het geval zijn, dan trekt de fiscus de ANBI-status in.

Het algemeen belang van de ANBI

Maar wanneer is sprake van een algemeen belang? De Hoge Raad heeft dat ooit omschreven als een belang van de gemeenschap of een deel ervan. In de wet staat dat het hierbij gaat om cultuur, welzijn, onderwijs, wetenschap, bescherming van natuur en milieu, gezondheidszorg, jeugd- en ouderenzorg, ontwikkelingssamenwerking, religie, spiritualiteit of het bevorderen van de democratische rechtsorde.

Het particuliere belang van de deelnemers

Bij onduidelijkheid moet de rechter eraan te pas komen om een beslissing te nemen. Zo bepaalde de rechter dat het bevorderen van sport geen algemeen belang is. Hiervan is echter wel weer sprake als de sportieve activiteiten helpen om het welzijn te bevorderen van mensen met een beperking. Maar gaat het om het organiseren van begeleide vakanties voor verstandelijke gehandicapten dan voldeed de stichting daarmee niet het algemeen nut. Het belangrijkste was namelijk het particuliere belang van de deelnemers.  

Misbruik van de ANBI voorkomen

De Belastingdienst let dus streng op het gebruik van de ANBI en probeert zo misbruik te voorkomen. Een eigenaar van een monumentaal pand met twee schoorsteenstukken van een beroemde achttiende-eeuwse schilder en een kamer in authentieke staat, kon het pand  samen met zijn privécollectie (onder andere bestaande uit schilderijen, meubels en klokken) daardoor niet onderbrengen in een museum (ANBI). Het aantal bezoekers was namelijk minimaal en de ANBI verrichtte ook geen activiteiten om meer mensen binnen te krijgen. Het museum diende dus het eigen belang van de eigenaar.