Geen beperking bij intrekken van ANBI-status

De Belastingdienst hoeft geen kwade trouw aan te tonen bij de instelling om de status van algemeen nut beogende instelling (ANBI) met terugwerkende kracht in te trekken. De Hoge Raad gaf dat recent aan en veegde daarmee de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van tafel.

9 maart 2016 | Door redactie

Een organisatie kan onder voorwaarden de ANBI-status (tool) krijgen en daardoor fiscale voordelen behalen. In deze zaak kreeg een stichting, die een oldtimermuseum exploiteerde per 1 januari 2008, de ANBI-status. Na een boekenonderzoek trok de inspecteur de ANBI-status met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 weer in. Gerechtshof Den Haag vond die terugwerkende kracht niet terecht. De stichting mocht er namelijk op vertrouwen dat de fiscus de status weloverwogen had toegekend (vertrouwensbeginsel). Het intrekken van de ANBI-status (tool) was volgens het gerechtshof daardoor slechts mogelijk per 1 januari 2010.

Geen weloverwogen standpunt ingenomen

De Hoge Raad vond het standpunt van het gerechtshof onbegrijpelijk. Aan het invullen van het standaardformulier kon de stichting niet het vertrouwen ontlenen dat de inspecteur een weloverwogen standpunt had ingenomen. Het gerechtshof gaf ook onvoldoende aan waarom de overlegde jaarstukken dat inzicht wel boden. Daarnaast was het intrekken van de ANBI-status met terugwerkende kracht niet alleen mogelijk als er sprake was van kwade trouw bij de stichting. De uitspraak van het gerechtshof kon dus niet in stand blijven. Een ander gerechtshof moet nu nogmaals naar de zaak kijken.
Hoge Raad, 4 maart 2016, ECLI (verkort): 354