Gehandicaptenreizen dienen algemeen nut niet

Een stichting die voorziet in vakanties voor mensen met een verstandelijke beperking dient volgens de inspecteur niet het algemeen nut. De stichting verloor daarom de status van algemeen nut beogende instelling (ANBI). Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vond namelijk dat de zorg niet voorop stond bij de activiteiten van de stichting.

23 maart 2015 | Door redactie

In de zaak stond een stichting centraal die als doel had begeleide vakanties te organiseren voor verstandelijke gehandicapten. Per 1 januari 2008 beschikte de stichting over de ANBI-status, maar die werd eind 2012 ingetrokken door de inspecteur. Volgens de inspecteur was er geen sprake van gezondheidszorg; één van de doelen die volgens de wet het algemeen nut dienen. Tijdens de vakantie was er weliswaar sprake van zorg, maar die bestond uit begeleiding, niet uit medische zorg. Bovendien vroeg de stichting dezelfde prijs voor een reis als commerciële reisbureaus. De inspecteur was daarom van mening dat het verzorgen van vakantiereizen voorop stond bij de activiteiten van de stichting en niet de te verlenen zorg. 

Zorg was een bijkomende factor

Omdat het organiseren van reizen het algemeen nut niet diende, trok de inspecteur de ANBI-status in. Ook in hoger beroep werd de inspecteur in het gelijk gesteld. Het hof stelde dat de activiteiten van de stichting vooral gericht waren op het verzorgen van vakantiereizen, waarbij het verlenen van zorg in de vorm van begeleiding een bijkomende factor was. Dit was niet bij elke soort vakantie het geval, maar dit deed niets af aan het feit dat de stichting niet voor minstens 90% het algemeen nut diende. De stichting werd daarom terecht niet meer aangemerkt als ANBI.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 januari 2015, ECLI (verkort): 536