Muziekfestival dient niet het algemeen belang

Ook in hoger beroep wist een stichting niet aan te tonen dat zij met het organiseren van een muziek- en kunstfestival het algemeen nut diende; het diende enkel het particuliere belang. De inspecteur had terecht het verzoek afgewezen van de stichting om haar aan te wijzen als algemeen nut beogende instelling (ANBI).

28 februari 2014 | Door redactie

De stichting organiseerde een driedaags muziek- en kunstfestival en diende daarmee in haar ogen het algemeen nut. De doelstelling van de stichting was namelijk ‘het organiseren van activiteiten waarbij een combinatie wordt geboden van verschillende disciplines zoals muziek, kunst en film in een bijzondere omgeving voor verschillende generaties en daarbij deze disciplines en generaties – waar mogelijk – verbindt. Duurzaamheid en duurzaam samenwerken op alle mogelijke gebieden zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden […] De stichting [...] biedt ook een leeromgeving waarbinnen de stichting een groot aantal stagiaires en vrijwilligers laat proeven aan cultureel ondernemerschap.’ Toch wees de inspecteur het verzoek af van de stichting om aangewezen te worden als ANBI, waarop de stichting naar de rechter stapte. 

Activiteiten dienden vooral particulier belang

Zowel de rechtbank als het gerechtshof stelden de inspecteur in het gelijk. De doelstelling was inderdaad gericht op het algemeen nut - daar mocht de stichting terecht van uitgaan - maar de activiteiten waren niet voor minstens 90% gericht op het behalen van de doelstelling. Volgens het gerechtshof was het muziek- en kunstfestival namelijk vooral bedoeld als vakantie voor de bezoekers in een mooie omgeving. De activiteiten dienden daarom vooral de particuliere belangen en niet het algemeen nut. De ANBI-status was terecht niet toegekend.
Het festival zou mogelijk wel aangemerkt kunnen worden als sociaal belang behartigende instelling (SBBI) en daardoor kunnen genieten van de daarmee samenhangende fiscale voordelen. In het maartnummer van Bestuur Rendement kunt u hier uitgebreid over lezen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 februari 2014, ECLI (verkort): 711