Sport dient niet automatisch het algemeen nut

Een stichting die zich richt op sport is niet vanzelfsprekend een algemeen nut beogende instelling (ANBI). In veel gevallen zal er sprake zijn van een algemeen belang dat slechts deels wordt gediend. Rechtbank Noord-Holland oordeelde daarom dat een zwembad terecht niet als ANBI werd aangemerkt.

20 januari 2014 | Door redactie

Een stichting kan een ANBI-status aanvragen bij de Belastingdienst om zo te kunnen genieten van fiscale voordelen, zoals een vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting. Een stichting moet dan wel voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder dat ze minstens 90% het algemeen nut dient. Een stichting die twee zwembaden exploiteerde was van mening dat ze voldeed aan de voorwaarden en het algemeen nut bediende, want volgens de statuten beoogde ze de bevordering van de volksgezondheid, de zwemsport en het zwemonderwijs. De inspecteur wees het verzoek voor een ANBI-status echter af, waarop de stichting in beroep ging. 

90%-norm werd niet gehaald

Op basis van het aanbod van de zwembaden moest de rechter concluderen dat de activiteiten met name gericht waren op particuliere belangen van de bezoekers van de zwembaden. Dat zwemmen een positief effect had op het welzijn van de bezoekers was volgens de rechter onvoldoende om te spreken van een algemeen nut. De activiteiten die daar wel onder zouden vallen, zoals medisch zwemmen, waren bovendien niet genoeg om de 90%-norm te behalen. De inspecteur werd in het gelijk gesteld: de stichting kwam niet in aanmerking voor een ANBI-status.
Rechtbank Noord-Holland, 13 december 2013, ECLI (verkort): 12460