Toch behoud ANBI-status ondanks verhuur

Eén van de fiscale voordelen waar een algemeen nut beogende instelling (ANBI) van profiteert is de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting voor ANBI's met een positief resultaat van maximaal € 15.000 per jaar. Om als ANBI te kunnen worden aangemerkt, moet uw organisatie wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Voorop staat dat het behartigen van het algemeen belang centraal moet staan.

11 juli 2012 | Door redactie

Om als ANBI te worden aangewezen, moet uw instelling voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Uw instelling moet zich voor ten minste 90% inzetten voor het algemeen belang.
  • Uw instelling moet voldoen aan de integriteiteisen.
  • U mag niet over het vermogen van de instelling beschikken alsof het uw eigen vermogen is. Er moet dus sprake zijn van gescheiden vermogen.
  • Het eigen vermogen moet beperkt blijven. Daarom mag uw instelling niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is. De beloning voor bestuurders is beperkt tot een onkostenvergoeding of minimale vacatiegelden.
  • Uw ANBI moet een actueel beleidsplan hebben.
  • Er moet een redelijke verhouding tussen kosten en bestedingen van uw ANBI.
  • In de statuten moet zijn beschreven dat het geld dat na opheffing overblijft, wordt besteed aan een algemeen nuttig doel.
  • De ANBI moet voldoen aan de administratieve verplichtingen.

Commercie mag belang niet in de weg staan

Uit een arrest van de Hoge Raad bleek onlangs dat de ANBI-status van een stichting behouden blijft, ook als de instelling naast het algemeen belang commerciële activiteiten verricht. Voorwaarde is wel dat de commerciële activiteit het behartigen van het algemene belang niet in de weg mag staan.

Activiteiten staan in statuten vermeld

De Hoge Raad vond namelijk dat een stichting die opkwam voor de belangen van wijkbewoners daarnaast ook onderverhuur en- horeca-activiteiten mocht verrichten met behoud van de ANBI-status. Volgens de Hoge Raad waren de werkzaamheden van de stichting er namelijk op gericht om het algemeen belang te dienen. Bovendien kwamen de werkzaamheden overeen met de activiteiten die in de statuten stonden vermeld. Dat de stichting als nevenactiviteit ook ruimten via onderhuur ter beschikking stelde aan derden stond de overige activiteiten niet in de weg. De stichting mocht dus blijven profiteren van de fiscale voordelen die de ANBI-status biedt.
Hoge Raad, 22 juni 2012, LJN: BW9055