AOW-leeftijd gaat per 2016 versneld omhoog

Onlangs stemde de Tweede Kamer in met de plannen voor een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd die per 2016 zal ingaan. In 2018 gaat de AOW-leeftijd naar 66 jaar en in 2021 naar 67 jaar. De Eerste Kamer moet zich nog wel over de plannen buigen.

8 april 2015 | Door redactie

De Tweede Kamer is gisteren akkoord gegaan met het ‘Wetsvoorstel versnelde verhoging AOW-leeftijd’ (pdf) van staatssecretaris Klijnsma van SZW. Hierdoor gaat de AOW-leeftijd per 2016 omhoog naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Onder de huidige wetgeving zou de AOW-leeftijd pas in 2019 uitkomen op 66 jaar en in 2023 op 67 jaar. In de tabel hieronder ziet u hoe de AOW-leeftijd stapsgewijs wordt verhoogd en op wie de wijziging van toepassing is.

De huidige overbruggingsregeling loopt tot 2023

Staatssecretaris Klijnsma stemde ook in met de verlenging en verruiming van de overbruggingsregeling. De huidige overbruggingsregeling zou in 2019 eindigen maar loopt nu door tot 2023. Daarnaast wordt de regeling ook opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met VUT of vroegpensioen zijn gegaan. Oorspronkelijk was de overbruggingsregeling alleen bedoeld voor mensen die vóór 2013 met vervroegd pensioen waren gegaan.

Overbruggingsregeling vangt AOW-gat op

Veel AOW’ers hebben zich niet op de aanpassing in de wetgeving kunnen voorbereiden. Hierdoor kan er een inkomensterugval (een AOW-gat) ontstaan. Daarvoor is de  overbruggingsregeling in het leven geroepen. Deze regeling biedt mensen die geen of te weinig (gezamenlijk) inkomen hebben in de periode tussen 65 jaar en de verhoogde AOW-leeftijd een uitkering op minimumniveau. Voor deze uitkering geldt een inkomensgrens tot 200% van het wettelijk minimumloon (WML) voor alleenstaanden. Dat is een bruto maandbedrag van € 3.003,60. Voor samenwonenden geldt een gezamenlijk inkomensgrens van 300% van het WML (€ 4.505,40 bruto per maand).

versnelde verhoging AOW leeftijd.JPG