Gevolgen verhoging AOW-leeftijd te groot?

De verhoging van de AOW-leeftijd kan grote gevolgen hebben voor mensen die hadden gerekend op een uitkering bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde onlangs dat dit in individuele gevallen voor een te zware last kan zorgen.

5 januari 2016 | Door redactie

Een vrouw stapte naar de rechter omdat zij door de (versnelde) verhoging van de AOW-leeftijd 24 maanden later dan verwacht recht had op haar AOW-uitkering. In plaats van op haar 65e zou zij haar uitkering pas ontvangen op haar 67e. In de tussentijd zou zij wel in aanmerking komen voor een overbruggingsuitkering van € 500 à € 600 per maand. Volgens de vrouw waren de gevolgen van een latere AOW-uitkering – ondanks de overbruggingsuitkering – voor haar te groot.

Bescherming van de rechten van individu

De rechter oordeelde dat de vrouw terecht de verwachting had dat zij haar AOW-uitkering op haar 65e zou ontvangen. Met de verhoging van de AOW-leeftijd was er daarom sprake van een inbreuk op het eigendomsrecht. Hoewel dit in de wet geregeld was, moest deze maatregel wel aan het proportionaliteitsvereiste voldoen. Dit betekent dat er een evenwicht moet zijn tussen het algemeen belang van de wetgeving voor de samenleving en de bescherming van de rechten van het individu.

Verhoging AOW zorgt voor onevenredig zware last

In dit geval waren de gevolgen voor het individu te groot, aangezien de vrouw met haar inkomen niet kon sparen om de periode tot haar latere AOW-uitkering te overbruggen. De vrouw had namelijk gezondheidsproblemen en een kort en eenzijdig arbeidsverleden, waardoor zij nauwelijks kans had op de arbeidsmarkt. Hoewel ze in aanmerking kwam voor een overbruggingsuitkering, zou de verhoging van de AOW-leeftijd gezien de lange periode die ze moest overbruggen nog steeds voor een onevenredig zware last zorgen.
De Sociale Verzekeringsbank gaat tegen de uitspraak in hoger beroep.
Rechtbank Noord-Nederland, 25 november 2015, ECLI (verkort): 5585