Kamer akkoord met versnelde verhoging AOW

De AOW-leeftijd gaat vanaf 2016 versneld omhoog naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. De overbruggingsregeling wordt verlengd en verruimd. De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het is nu aan de Eerste Kamer om in te stemmen met de plannen.

27 maart 2015 | Door redactie

De Tweede Kamer is gisteren akkoord gegaan met het ‘Wetsvoorstel versnelde verhoging AOW-leeftijd’ (pdf) van staatssecretaris Klijnsma van SZW. Dat betekent dat de AOW-leeftijd vanaf 2016 versneld omhooggaat naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Onder de bestaande wetgeving zou de AOW-leeftijd pas in 2019 uitkomen op 66 jaar en in 2023 op 67 jaar. In de tabel hieronder ziet u hoe de AOW-leeftijd stapsgewijs wordt verhoogd en op wie de wijziging van toepassing is.
In het bericht ‘AOW-leeftijd vanaf 2016 versneld omhoog’ kon u al lezen dat de staatssecretaris het wetsvoorstel voor de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd had ingediend bij de Tweede Kamer.

Overbruggingsregeling AOW verlengd en verruimd

Staatssecretaris Klijnsma stemde ook in met de verlenging en verruiming van de overbruggingsregeling. De huidige overbruggingsregeling zou in 2019 eindigen maar loopt nu door tot 2023. Daarnaast wordt de regeling ook opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met VUT of vroegpensioen zijn gegaan. Oorspronkelijk was de overbruggingsregeling alleen bedoeld voor mensen die vóór 2013 met vervroegd pensioen waren gegaan.

Overbruggingsregeling vangt AOW-gat op

De overbruggingsregeling is bedoeld om de inkomensterugval (het AOW-gat) op te vangen die door de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd ontstaat. Veel AOW’ers hebben zich immers niet op de gewijzigde wetgeving kunnen voorbereiden.
De overbruggingsregeling biedt mensen die geen of te weinig (gezamenlijk) inkomen hebben in de periode tussen 65 jaar en de verhoogde AOW-leeftijd een uitkering op minimumniveau. Voor deze uitkering geldt een inkomensgrens tot 200% van het wettelijk minimumloon (WML) voor alleenstaanden. Dat is een bruto maandbedrag van € 3.003,60. Voor samenwonenden geldt een gezamenlijk inkomensgrens van 300% van het WML (€ 4.505,40 bruto per maand).

Versnelde verhoging AOW-leeftijd