Snellere stijging AOW-leeftijd krijgt steun

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken om de AOW-leeftijd vanaf 1 januari 2016 sneller te laten stijgen. Daardoor ligt de AOW-leeftijd al in 2018 op 66 jaar in plaats van in 2019 en in 2021 al op 67 jaar in plaats van in 2023. Verder komt er een ruimere overbruggingsmaatregel. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer.

1 april 2015 | Door redactie

In het wetsvoorstel (pdf) is niet alleen de versnelde stijging van de AOW-leeftijd opgenomen (zie tabel), maar ook de verlenging en verruiming van de overbruggingsregeling. De huidige overbruggingsregeling zou in 2019 eindigen maar loopt nu door tot 2023. Daarnaast wordt de regeling ook opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met VUT of vroegpensioen zijn gegaan. Oorspronkelijk was de overbruggingsregeling alleen bedoeld voor mensen die vóór 2013 met vervroegd pensioen waren gegaan. 

Overbruggingsregeling voor AOW-gat

De overbruggingsregeling is bedoeld om de inkomensterugval (het AOW-gat) op te vangen die door de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd ontstaat. Veel AOW’ers hebben zich immers niet op de gewijzigde wetgeving kunnen voorbereiden. De overbruggingsregeling biedt mensen die geen of te weinig (gezamenlijk) inkomen hebben in de periode tussen 65 jaar en de verhoogde AOW-leeftijd een uitkering op minimumniveau. Voor deze uitkering geldt een inkomensgrens tot 200% van het wettelijk minimumloon (WML) voor alleenstaanden. Dat is een bruto maandbedrag van € 3.003,60. Voor samenwonenden geldt een gezamenlijk inkomensgrens van 300% van het WML (€ 4.505,40 bruto per maand).

Tabel stijging AOW-leeftijd