Verhoging AOW-leeftijd is gerechtvaardigd

De stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar is op grond van het internationaal recht toegestaan. De verhoging is namelijk noodzakelijk om de kosten van het pensioenstelsel betaalbaar te houden. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank in Amsterdam.

17 april 2014 | Door redactie

Per 1 januari 2013 is de Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd in werking getreden. Hierdoor gaat de AOW-leeftijd elk jaar stapsgewijs omhoog. Een AOW-gerechtigde man had een rechtszaak aangespannen tegen de Nederlandse overheid vanwege het verhogen van de AOW-leeftijd. De man gaf aan dat hij altijd had verwacht dat hij zijn AOW-uitkering zou krijgen op zijn 65ste. Maar doordat de AOW-leeftijd vorig jaar met een maand omhoog is gegaan, ontving hij zijn uitkering een maand later. De man gaf aan dat hij hier financieel nadeel van had ondervonden en spande een rechtszaak aan tegen de Nederlandse overheid.

Legitiem doel om de wet te wijzigen

De rechtbank oordeelde echter dat de verhoging van de AOW-leeftijd noodzakelijk was om de kosten van het pensioenstelsel betaalbaar te houden. Door de toenemende vergrijzing zal het aandeel 65-plussers de komende jaren immers alleen maar toenemen. Hiermee had de overheid een legitiem doel om de wet te wijzigen. Dat de AOW-leeftijd al geruime tijd op 65 jaar lag, betekende niet dat de overheid deze wet niet meer mocht veranderen. De overheid heeft immers de bevoegdheid om wetten te wijzigen.
Rechtbank Amsterdam, 9 april 2014, ECLI (verkort): 1782