Werken met AOW’ers aantrekkelijker

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Als ook de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel kunt u medewerkers makkelijker in dienst houden na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Ook hoeft u het loon van medewerkers die doorwerken na hun AOW-gerechtigde leeftijd en ziek worden minder lang door te betalen.

19 maart 2015 | Door redactie

Een meederderheid van de Tweede Kamer steunt het wetsvoorstel Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Dit wetsvoorstel moet ervoor zorgen dat werkgevers hun werknemers ook na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst willen houden. Bij het wetsvoorstel Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd (pdf) werden drie amendementen aangenomen. Deze wijzigen de oorspronkelijke plannen op een aantal punten:

  • Er komt een evaluatie van de wet die zich richt op de effecten in de eerste twee jaren na inwerkingtreding van het voorstel. De evaluatie moet in elk geval uitwijzen of de verkorting van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van AOW-gerechtigde werknemers leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt.
  • De loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van een AOW-gerechtigde werknemer wordt niet zoals eerst de bedoeling was verkort naar zes weken, maar naar dertien weken. Dat is dus een stuk korter dan de reguliere 104 weken. Dit blijft in elk geval zo tot de evaluatie van de wet (zie vorig punt).
  • De mogelijkheid om AOW-gerechtigde werknemers maximaal zes tijdelijke contracten te geven binnen een periode van maximaal 48 maanden wordt wettelijk vastgelegd. Volgens het oorspronkelijke wetsvoorstel was dit alleen mogelijk via een bepaling in de cao. Dit is nu echter gewijzigd omdat niet alle werkgevers en werknemers gebonden zijn aan een cao is dit gewijzigd.

AOW’ers in dienst nemen en houden

In het bericht ‘Korte loonbetalingsplicht voor zieke AOW’er’ kon u al lezen dat de minsterraad akkoord ging met het wetsvoorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat het voor werkgevers aantrekkelijker maakt om AOW’ers in dienst te houden en te nemen. Het wetsvoorstel lag op dat moment echter nog voor advies bij de Raad van State waarna de Tweede en Eerste Kamer erover zouden gaan stemmen.