Is werkgever aansprakelijk voor ongeval bij BHV-cursus?

Een werkgever moet zorgen voor veilige arbeidsomstandigheden, ook als een werknemer buiten de vaste werkplaats actief is. Het voldoen aan deze zorgplicht is van belang voor de aansprakelijkheid.

1 juni 2017 | Door redactie

Gerechtshof Amsterdam moest onlangs beoordelen of een werkgever aansprakelijk was voor de schade van een werknemer, die rugletsel had opgelopen bij een cursus BHV (tools). De werknemer moest bij de cursus een persoon van 87 kilo met een zogeheten rautekgreep verslepen en was daarbij ten val gekomen. Hij meende onder meer dat de oefening met een pop van maximaal 25 kilo had volstaan en dat hij aangepast schoeisel had moeten krijgen.

Wél oog voor veiligheid volgens werkgever

De werkgever vond dat hij juist zorgvuldig te werk was gegaan door voor een opleider met NIBHV-keurmerk te kiezen. Ook zou de werknemer bewust roekeloos hebben gehandeld door de oefening gehaast toe te passen en niet de verstrekte veiligheidsschoenen te dragen. Verder zou de invloed van de werkgever op de veiligheid bij een externe cursus beperkt zijn. De werkgever vond dan ook niet dat hij aansprakelijk was voor de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Werkgever schendt zorgplicht niet

Het hof stelde dat een werkgever door zijn zorgplicht voor een hoog veiligheidsniveau moet zorgen. Als hij geen toezicht kan houden op de naleving van veiligheidsinstructies, moet hij, afhankelijk van de situatie, extra veiligheidsmaatregelen treffen. Volgens het hof bleek echter nergens uit dat de verstrekte veiligheidsschoenen voorgeschreven of wenselijk waren. Zulke schoenen hadden het ongeval niet voorkomen. Ook was niet vast komen te staan dat de oefening met de rautekgreep – die de werkelijkheid moest nabootsen – ongebruikelijk was bij een BHV-cursus (tool) en dat de werknemer de oefening niet goed kon uitvoeren. Van zowel de werkgever als de opleider konden geen extra veiligheidsmaatregelen worden verwacht. Ze waren daarom niet aansprakelijk.
Gerechtshof Amsterdam, 25 april 2017, ECLI (verkort): 1633