Eerste Kamer stemt vóór Wet flexibel werken

Werknemers hebben straks wettelijk het recht om bij hun werkgever een verzoek in te dienen om op andere werktijden of op een andere plek – bijvoorbeeld thuis – te werken. De Eerste Kamer heeft op 14 april ingestemd met de Wet flexibel werken.

17 april 2015 | Door redactie

De Wet flexibel werken geldt alleen voor werkgevers die meer dan tien werknemers in dienst hebben. Deze werkgevers kunnen een verzoek om op andere tijden te werken straks alleen afwijzen als ze daarvoor een zwaarwegend bedrijfsbelang hebben. Voor het afwijzen van een verzoek om op een andere plaats te werken, heeft een werkgever geen zwaarwegend bedrijfsbelang nodig, maar hij moet dit dan wel goed onderbouwen. Alleen aangeven dat het in uw organisatie ‘nou eenmaal altijd zo gaat’ is in dat geval onvoldoende. 

Verzoek flexibel werken na half jaar in dienst

De Wet flexibel werken vervangt de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA). In de WAA is geregeld dat werknemers één keer in het jaar een verzoek kunnen indienen voor de aanpassing van hun arbeidsduur (bijvoorbeeld van een 32-urige werkweek naar een 36-urige werkweek). Onder de Wet flexibel werken blijft dit zo, maar de wet regelt ook dat werknemers zo’n verzoek kunnen indienen als ze hun werktijden willen wijzigen (bijvoorbeeld van 10.00 tot 14.00 uur in plaats van 08.00 tot 12.00 uur) of op een andere plek willen werken. Om dit verzoek te kunnen indienen, moet de werknemer minstens een half jaar in dienst zijn.
Het is overigens nog onduidelijk wanneer de maatregelen uit de wet precies in werking treden, omdat het om een initiatiefwetsvoorstel gaat. Na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer, gaat zo'n voorstel nog naar de ministerraad.