Minister Kamp omschrijft arbeidstijd en rusttijd

Om onduidelijkheden te voorkomen heeft demissionair minister Kamp van Sociale Zaken een wetsvoorstel ingediend dat de begrippen ‘arbeidstijd’ en ‘rusttijd’ definieert. Wat deze begrippen precies betekenen, was namelijk onlangs onderwerp van een zaak bij de Raad van State. Kamp wil daarom de Arbeidstijdenwet wijzigen om toekomstige discussies hierover te voorkomen.

23 mei 2012 | Door redactie

Een bv had een hoger beroep ingesteld bij de Raad van State over de vraag wat precies onder reistijd en arbeidstijd wordt verstaan. De definitie hiervan is namelijk niet opgenomen in de Arbeidstijdenwet en kon alleen worden afgeleid van de definities van ‘werkgever’ en ‘werknemer’, wat dus onvoldoende zekerheid bleek te bieden. In een wijzigingsvoorstel (pdf) van minister Kamp zijn daarom de volgende definities opgenomen:

  • Arbeidstijd: de tijd dat de werknemer onder gezag van de werkgever arbeid verricht.
  • Rusttijd: de tijd die geen arbeidstijd is.

Wat onder uw werkgeversgezag valt

Om te bepalen of de reistijd van uw werknemers ook onder de arbeidstijd valt, moet u op een aantal punten letten. Zo is het belangrijk om te kijken naar uw zeggenschap over de werkplek en uw bevoegdheid om uw werknemers aanwijzingen te geven bij hun werkzaamheden. Ook de aard van de werkzaamheden speelt een rol. De reistijd van bijvoorbeeld een vertegenwoordiger valt onder arbeidstijd, omdat hij vanuit huis telkens naar andere plaatsen wordt gestuurd om arbeid te verrichten. Maar de reistijd van een werknemer die twee dagen in het ene en drie dagen in het andere filiaal van uw bv werkt, valt gewoon onder het woon-werkverkeer. Deze reistijd valt namelijk niet onder uw werkgeversgezag. Op de website van het ministerie van Sociale Zaken vindt u de regels voor de werktijden.