Reistijd van huis naar klant kan werktijd zijn

Het Europees Hof van Justitie heeft onlangs geoordeeld dat de tijd die een werknemer nodig heeft om vanaf zijn huis bij een klant of klus te komen, onder omstandigheden als werktijd moet worden gezien.

7 oktober 2015 | Door redactie

De tijd die werknemers nodig hebben om naar en van het werk te reizen, valt over het algemeen buiten de arbeidstijd. Maar als een werkgever besluit om vestigingen te sluiten of te verhuizen en de werkomstandigheden te wijzigen, bestaat de kans dat de nieuwe reistijd onder werktijd valt. In een recente zaak bij het Europees Hof ging het om een Spaanse werkgever die zijn regiokantoren had gesloten. Na de sluiting van die kantoren moesten werknemers direct vanaf hun thuisadres naar de eerste klant reizen. De werkgever zag die reistijd als rusttijd. Maar het Hof oordeelde op basis van de Europese Arbeidstijdenrichtlijn anders. Omdat de werknemers tijdens het woon-werkverkeer niet vrij over hun tijd konden beschikken, moest hun reistijd onder arbeidstijd vallen.

Let op regels uit Arbeidstijdenwet

Als de reistijd moeten worden meegeteld als arbeidstijd, kan het zo zijn dat uw organisatie de Arbeidstijdenwet overtreedt. Er zijn tenslotte regels gebonden aan de lengte van een werkdag en pauzetijden. Bovendien bestaat bij te lange werktijden of te korte rusttijden het risico op gezondheidsklachten door vermoeidheid. Op pagina 17 van de Basisinspectiemodule arbeidstijdenwet (pdf) van Inspectie SZW staat een stroomschema waarmee u eenvoudig kunt beoordelen of de reistijd van werknemers wel of niet onder de arbeidstijd moet vallen. Moet u de reistijd als arbeidstijd beschouwen, dan stelt het Europees Hof dat u in principe vrij bent om te bepalen of u deze tijd op dezelfde manier wilt belonen als andere arbeidsuren.
Europees Hof van Justitie, 10 september 2015, zaak C-266/14