Werkgever mag van rechter betaalde pauzes afschaffen

Vakbond FNV verloor een rechtszaak waarin hij eiste dat een werkgever afgeschafte betaalde koffie- en theepauzes opnieuw zou invoeren. De rechter was echter van mening dat een werkgever het recht heeft om een pauzeregeling aan te passen of te schrappen.

18 oktober 2019 | Door redactie

De zaak ging over werknemers van een sociaal werkbedrijf. Vanwege de slechte financiële situatie droeg het sociaal werkbedrijf een aantal werkzaamheden over aan een metaalbedrijf. Ook werd een deel van het personeel naar het metaalbedrijf gedetacheerd. De gedetacheerden ontvingen een brief waarin stond dat hun arbeidsovereenkomst bij het sociaal werkbedrijf bleef bestaan en dat ook de rechten en plichten hetzelfde bleven. Wel zou de werktijdenregeling van het metaalbedrijf op hen van toepassing zijn.

Doorbetaalde koffie- en theepauzes

Bij het sociaal werkbedrijf hadden de werknemers twee keer per dag een collectieve koffie- en theepauze van 14 minuten op kosten van de werkgever. De werkgever had de onderbreking op 14 minuten gesteld omdat deze dan niet geldt als een pauze in het kader van de Arbeidstijdenwet. De pauzes maakten daarmee deel uit van de arbeidstijd.
Na hun detachering behielden de werknemers in eerste instantie hun doorbetaalde koffie- en theepauzes van 14 minuten. Na een paar maanden verving de werkgever deze door twee onbetaalde, verplichte, pauzes van 15 minuten. De gedetacheerde werknemers moesten hierdoor een half uur langer aanwezig zijn op de werkplek. Zij vielen daarmee onder hetzelfde rooster als de niet-gedetacheerde werknemers van het metaalbedrijf. 

Pauzes vallen onder instructierecht

Vakbond FNV verloor een kort geding om de gewijzigde pauzeregeling voor de gedetacheerden terug te draaien. Ook in hoger beroep wees de rechter de eis van FNV af met als reden dat de werkgever op basis van zijn instructierecht collectieve koffie- en theepauzes mag afschaffen of door een andere regeling mag vervangen. Daarnaast was aan de werknemers meegedeeld dat zij voortaan onder de werktijdenregeling van het metaalbedrijf zouden vallen.
Wel stelde de rechter dat de verplichte onbetaalde pauzes niet tot de werktijd van de werknemer behoren. Voor het instellen van deze extra pauzes had de werkgever dan ook instemming moeten vragen aan de ondernemingsraad. De rechtszaak ging echter niet over het invoeren van deze extra pauzes maar om het afschaffen van de betaalde onderbrekingen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 juni 2019, ECLI (verkort): 4895

Bijlagen bij dit bericht