Wet flexibel werken nog geen feit

Een aantal fracties uit de Tweede Kamer heeft twijfels over het initiatiefwetsvoorstel Flexibel werken. Met dit voorstel willen Voortman (van GroenLinks) en Hijum (van CDA) werknemers het recht geven op flexibele werktijden en een flexibele werkplaats. Ook beoogt het wetsvoorstel enkele wijzigingen in de Wet aanpassing arbeidsduur.

2 april 2014 | Door redactie

Zoals u eerder heeft kunnen lezen in het bericht ‘In 2014 wettelijk recht om flexibel te werken’ wordt het wetsvoorstel Flexibel werken in samenhang behandeld met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden. In het initiatiefwetsvoorstel (pdf) zijn de volgende punten geregeld:

  • Werknemers moeten het recht krijgen om een verzoek in te dienen om te werken op specifieke werktijden en een zelf bepaalde werkplaats. Een werkgever kan dit verzoek vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen afwijzen, maar hij moet dit dan wel kunnen motiveren. Op dit moment kunnen werknemers wel een verzoek indienen voor een aanpassing van hun arbeidsduur (bijvoorbeeld per week), maar niet voor het aanpassen van de werktijden (per dag).
  • Werknemers moeten het recht krijgen om één keer in het jaar een verzoek in te dienen voor de aanpassing van hun arbeidsduur. Op dit moment mag dit slechts één keer in de twee jaar.
  • Werknemers moeten na 26 weken dienstverband al een verzoek kunnen indienen bij de werkgever voor de aanpassing van de arbeidsduur. Op dit moment hebben zij dit recht pas na een jaar dienstverband.  
  • Werknemers moeten een verzoek voor de  aanpassing van hun arbeidsduur uiterlijk twee maanden van tevoren kunnen indienen bij hun werkgever. Op dit moment is deze termijn nog vier maanden.

Wat is een zwaarwegend bedrijfsbelang?

In de Tweede Kamer zijn er twijfels over de effectiviteit van de wet. Zo vindt een deel van de Kamer dit soort afspraken thuishoren in de cao en niet in wetgeving. Op die manier is er meer ruimte om de regeling af te stemmen op de bedrijfsomstandigheden in de sector. Ook wil de Kamer meer duidelijkheid hebben over wat er precies onder een zwaarwegend bedrijfsbelang wordt verstaan. De initiatiefnemers komen later terug op de kritiek van de Kamer.