Woon-werkverkeer valt soms onder werktijd!

Uit een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie blijkt dat reistijd voor woon-werkverkeer onder bepaalde voorwaarden tot de arbeidstijd gerekend moet worden. Interessant, want het begrip ‘reistijd’ komt verder niet voor in de Nederlandse wet- en regelgeving.

5 oktober 2015 | Door redactie

De tijd die we nodig hebben om naar en van ons werk te reizen, valt over het algemeen buiten de daadwerkelijke arbeidstijd. Maar als een werkgever besluit om vestigingen te sluiten of te verhuizen (tool) en de werkomstandigheden te wijzigen, bestaat de kans dat de nieuwe reistijd onder werktijd valt. In een recente zaak bij het Europees Hof ging het om een Spaanse werkgever die zijn regiokantoren had gesloten. Na de sluiting van die kantoren moesten werknemers direct vanaf hun thuisadres naar de eerste klant reizen. De werkgever zag die reistijd als rusttijd. Maar het Hof oordeelde anders. Omdat de werknemers tijdens het woon-werkverkeer niet vrij over hun tijd konden beschikken, moest hun reistijd onder arbeidstijd vallen.

Arbeidstijden in de gaten houden

Het is verstandig om vanuit de OR of PVT de arbeidstijden in de gaten te houden. Daarop is uw instemmingsrecht (tool) tenslotte van toepassing. Als de reistijd moeten worden meegeteld als arbeidstijd, kan het zijn dat de werkgever de arbeidstijdenwet overtreedt. Er zijn tenslotte regels gebonden aan de lengte van een werkdag en pauzetijden. Bovendien bestaat bij te lange werktijden of te korte rusttijden het risico op gezondheidsklachten door vermoeidheid. Op pagina 17 van de Basisinspectiemodule arbeidstijdenwet (pdf) van Inspectie SZW staat een stroomschema waarmee de OR eenvoudig kan beoordelen of de reistijd van werknemers wel of niet onder de arbeidstijd moet vallen.