VERDIEPINGSARTIKEL

Het wettelijke recht op rust en pauze in de Arbeidstijdenwet

In de Arbeidstijdenwet staan niet alleen regels over hoelang een werknemer maximaal achter elkaar aan het werk mag zijn. Voor de veiligheid en gezondheid van werknemers is het ook van belang dat ze tussen het werk door pauze nemen en tussen de diensten door kunnen rusten om op adem te komen. Ook daarvoor is in de Arbeidstijdenwet het een en ander bepaald.


22 februari 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


In de Arbeidstijdenwet staan heel wat regels die van toepassing zijn op de werktijden van werknemers. Denk aan maximale arbeidstijden, onder andere per werkdag of dienst, per week, en langere periodes maar ook de minimale rusttijden zijn in de wet opgenomen.

Bovendien gelden er veel uitzonderingsregels voor bijvoorbeeld jongeren, zwangeren, bijzondere beroepen (zoals medisch personeel, brandweer) en uitzonderlijke omstandigheden.

Zowel uw organisatie als de werknemers moeten zich aan de wettelijke voorschriften op het gebied van arbeidstijden houden, op straffe van een boete als Inspectie SZW komt controleren en het foute boel blijkt. 

Vier hoofdregels

In de Arbeidstijdenwet gelden in principe vier hoofdregels voor de maximumarbeidstijd. Werknemers mogen op grond van de Arbeidstijdenwet:

  • maximaal 12 uur per dienst werken;
  • maximaal 60 uur per week werken;
  • in een periode van vier weken gemiddeld per week maximaal 55 uur werken;
  • in een periode van 16 weken gemiddeld per week maximaal 48 uur werken.

En behalve de regels over de maximumarbeidstijd, staan er in de Arbeidstijdenwet ook regels over minimumpauzetijd. De wet maakt onderscheid tussen rust en pauze.

Een rusttijd is de periode tussen het einde van een dienst en het begin van de volgende. De onderbreking tijdens een dienst is een pauze.

Een dienst duurt dus maximaal 12 uur. Na die 12 uur heeft de werknemer recht op een rustperiode tussen twee diensten.

Deze rusttijd moet minimaal 11 aaneengesloten uren duren. Alleen als de bedrijfsomstandigheden of de aard van het werk dit absoluut noodzakelijk maken, mag uw organisatie deze rust na werktijd inkorten tot acht uur.

Denk aan een belangrijke deadline die werknemers zonder ingekorte rustpauze niet kunnen halen of een storing in apparatuur die onmiddellijk moet worden verholpen.

Daarnaast is het ook toegestaan om de rusttijd in een periode van zeven dagen één keer met drie uur in te korten. Hierbij gelden wel de voorwaarden dat:

  • de rusttijd nooit korter is dan acht uur;
  • de werkgever overtuigende argumenten heeft om de rusttijd te verkorten.

Houd waar mogelijk rekening met het werken tijdens de ramadan

Werken er in uw onderneming moslims die dit jaar van 12 april tot en met 12 mei deelnemen aan de ramadan, dan kan het raadzaam zijn om daar – waar mogelijk – rekening mee te houden. Een maand lang van zonsopgang tot zonsondergang niet eten, drinken, roken en vrijen kan immers zijn weerslag hebben op het functioneren van de betreffende werknemers. Welke aanpassingen kan uw organisatie maken?

 

Werktijden
Als het mogelijk is om tijdelijk de werktijden of het dienstrooster aan te passen, geeft u werknemers die deelnemen aan de ramadan de kans om op voor hen gunstige tijden te werken. Houd daarbij wel rekening met de Arbeidstijdenwet.

 

U kunt werknemers die vasten – en dus alleen ’s nachts mogen eten – bijvoorbeeld de mogelijkheid geven om nachtdiensten te ruilen met collega’s die niet vasten. Moet een vastende werknemer toch een nachtdienst draaien, dan kunt u extra pauzes inlassen, zodat hij de kans krijgt om te eten en te drinken.

 

Het kan voor vastende werknemers vervelend zijn om pauze te moeten nemen. Ze eten immers niet en zouden misschien liever eerder naar huis gaan dan tussen de middag een halfuur niets doen. Uw onderneming mag hier echter niet zomaar mee instemmen.

 

Volgens de Arbeidstijdenwet moeten werknemers immers na vijf en een half uur werken minimaal een halfuur pauze nemen. U mag niet van die regel afwijken. Alleen als er in uw onderneming ruimere pauzetijden gelden dan dit wettelijk minimum, mag u de pauzes inkorten. Vastende werknemers kunnen dan mogelijk een deel van hun pauze ruilen voor werktijd aan het begin of einde van de werkdag

Aanvullende regels

Voor weekenden, nachtdiensten en zondagsrust zijn in de Arbeidstijdenwet nog aanvullende regels opgenomen. Zo heeft iedere werknemer recht op een werkvrij weekend.

Het weekend hoeft niet van vrijdagavond tot maandagmorgen te duren. De wet bepaalt dat de werknemer na een werkweek (van zondag 0.00 uur tot zaterdag 24.00 uur) minstens 36 aaneengesloten uren vrij moet hebben, uitzonderingen daargelaten.

En het uitgangspunt is dat werknemers op zondag in principe niet werken, tenzij de aard van het werk dit noodzakelijk maakt. Denk hierbij aan werknemers in de zorgsector, in de horeca, bij de brandweer of bij de politie. Deze werknemers hebben in elk geval recht op 13 vrije zondagen per jaar.

Recht op pauze

De werknemer heeft op grond van de Arbeidstijdenwet recht op pauze als hij per dienst meer dan vijf en een half uur moet werken. Dit wettelijke recht op pauze geldt bijvoorbeeld niet als een werknemer slechts een halve dag werkt.

Tijdens een dienst die langer duurt dan vijf en een half uur, moet de werknemer minimaal 30 minuten pauze, aaneengesloten of in twee blokken van één kwartier, krijgen. Een pauze moet minimaal 15 aaneengesloten minuten duren. Drie blokken van tien minuten zijn niet toegestaan.

Omdat kortere werkonderbrekingen niet als ‘pauze’ zijn aan te merken, worden ze per definitie doorbetaald. Dat geldt niet voor langere pauzes, zoals een lunchpauze.

Zwangere werkneemster

Voor de zwangere werkneemster gelden andere pauzeregels. Zij heeft recht op extra pauzes van in totaal maximaal één achtste deel van de geldende arbeidstijd per dienst. Deze pauzetijd komt boven op het normale recht op pauze. Als ze acht uur per dag werkt, heeft ze dus recht op één uur extra pauze: in totaal anderhalf uur.

Doorbetaling tijdens pauzes

In de Arbeidstijdenwet staat niets over doorbetaling tijdens pauzes. Tijdens pauzes werken werknemers niet en hebben ze dus geen recht op loon. U bent niet verplicht om de werknemers tijdens de pauzetijd loon door te betalen.

Het is wel mogelijk een werknemer die acht uur per dag op het werk is maar zeven en een half uur uit te betalen. Een werknemer die acht uur uitbetaald wil krijgen, blijft dan langer op het werk.

Let wel, in de arbeidsovereenkomst of de cao die voor uw organisatie geldt kunnen afspraken staan over doorbetaling van loon tijdens de pauze. Bij een dienst van maximaal 12 uur is de pauze van 30 minuten wel erg schamel.

Daarom heeft een werknemer die langer dan tien uur werkt recht op een bijkomende pauze van één kwartier. In totaal heeft deze werknemer per dienst dus recht op minimaal 45 minuten pauze.

Uw organisatie mag de totale pauzetijd wel verdelen in bijvoorbeeld één keer een half uur en één keer een kwartier. Ook hier geldt dat een pauze nooit korter mag zijn dan 15 minuten.

U leest meer over de regels rondom werk- en rusttijden in het Salaris Dossier dat u vanaf 16 maart kunt vinden op rendement.nl/salarisdossiers.