Heeft de werknemer het recht om minder uren en thuis te gaan werken?

Publicatiedatum 10 juli 2019

Een werknemer wil graag minder uren gaan werken, maar ook één of meer dagen thuiswerken. Heeft de werknemer daar recht op of moet hij kiezen?

Op grond van de Wet flexibel werken kan een werknemer een officieel verzoek doen tot aanpassing – al dan niet tijdelijk of met verschillende omvang – van de arbeidsduur, arbeidsplaats en werktijd. Om een verzoek tot aanpassing te mogen doen moet de werknemer ten minste 26 weken voorafgaand aan het moment van aanpassing in dienst zijn. Daarnaast geldt dat hij slechts eenmaal per jaar een verzoek kan doen en pas een jaar na inwilliging of afwijzing van het eerdere verzoek.

Positief

De werknemer en uw werkgever moeten in ieder geval overleg voeren over het verzoek. Als uitgangspunt geldt dat uw werkgever een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur en/of werktijden inwilligt, tenzij daartegen zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn. Uw werkgever dient over het algemeen dus positief op dergelijke verzoeken te reageren; afwijzen is lastig. Uw werkgever kan het verzoek alleen weigeren als het leidt tot ‘ernstige problemen’ voor de organisatie, bijvoorbeeld op financieel, organisatorisch of roostertechnisch gebied. Bij een verzoek tot wijziging van de arbeidsplaats en dus een verzoek tot thuiswerken, is uw werkgever niet verplicht dit in te willigen.

Overweging

Hij is slechts verplicht om het verzoek in overweging te nemen en bij afwijzing met de werknemer te overleggen. Bovenstaande verzoeken moeten uiterlijk twee maanden voor de gewenste ingangsdatum van de aanpassing door de werknemer worden ingediend. De werkgever moet schriftelijk reageren op het verzoek met een motivering bij (gedeeltelijke) afwijzing. Als de werkgever niet één maand voor de ingangsdatum beslist, mag de werknemer doen alsof hij akkoord is gegaan met zijn verzoek en is de arbeidsplaats dus gewijzigd.