Hof bevestigt recht op ORT tijdens vakantie

Als een werknemer structureel onregelmatigheidstoeslag (ORT) ontvangt, moet een werkgever deze toeslag soms ook doorbetalen tijdens vakantie van de werknemer. Dit geldt tijdens zowel de wettelijke als de bovenwettelijke vakantiedagen.

11 oktober 2016 | Door redactie

Na een eerdere uitspraak van de kantonrechter heeft nu ook het gerechtshof geoordeeld dat werknemers die structureel een onregelmatigheidstoeslag (ORT) ontvangen hier soms ook recht op hebben tijdens hun vakantie. Dit is het geval als de taken waarvoor de werknemer de ORT ontvangt tot zijn primaire werkzaamheden behoren. In zo’n situatie behoort de ORT tot het loon en moet de werkgever dit dus tijdens vakantie aan de werknemer doorbetalen, aldus het hof. Dit geldt ook als in de cao is afgesproken dat een werknemer geen recht heeft op ORT tijdens zijn vakantie. Zo’n cao-bepaling is dan namelijk nietig, omdat het in strijd is met dwingend recht.

ORT verschuldigd over wettelijke én bovenwettelijke dagen

Het hof oordeelde verder dat de ORT verschuldigd was over de wettelijke én de bovenwettelijke vakantiedagen. Hoewel in een cao of arbeidsovereenkomst vaak afwijkende afspraken kunnen staan over de bovenwettelijke vakantiedagen, geldt dit niet voor artikel 7:639 BW, waarin het recht op loon tijdens vakantie is geregeld. Dit betekent dat het niet mogelijk is om in de cao of arbeidsovereenkomst af te spreken dat een werkgever over de opgenomen bovenwettelijke vakantiedagen geen ORT is verschuldigd.
Gerechtshof Den Haag, 13 september 2016, ECLI (verkort): 2587