VERDIEPINGSARTIKEL

Tweede kamerverkiezingen: plannen op het gebied van personeel en arbeid

De Tweede Kamerverkiezingen staan voor de deur en dat betekent uiteraard veel verkiezingsretoriek, ook rond het thema arbeidsmarkt. Het moet anders, beter, goedkoper, veiliger. Het is altijd maar weer de vraag wat er van de plannen terechtkomt, maar dat u met veranderingen te maken zult krijgen, is vrijwel zeker. Wat staat er zoal in de verkiezingsprogramma’s?


1 maart 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


In de vorige twee kabinetsperiodes – kabinet-Rutte II en kabinet-Rutte III – werden verschillende grote veranderingen in de arbeidswetgeving doorgevoerd. Meest in het oog springend waren de Wet werk en zekerheid (WWZ) en de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). En nu zijn opnieuw wijzigingen met de nodige impact te verwachten.

Begin 2020 verschenen rapporten van de Commissie Regulering van Werk en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Daaruit kwam een beeld naar voren dat de genomen maatregelen om de arbeidsmarkt te reguleren, niet genoeg zijn voor een goedlopende arbeidsmarkt. Grotere hervormingen zijn nodig om de tweedeling tussen vaste krachten en flexwerkers tegen te gaan. Aan het nieuwe kabinet de taak om de eerste stappen te maken.

Ideeën

De politiek neemt de signalen over de arbeidsmarkt serieus. In de verkiezingsprogramma’s van de partijen is volop aandacht voor het arbeidsrecht, de sociale zekerheid, pensioenen, een leven lang ontwikkelen en andere onderwerpen die verwant zijn aan het personeelsbeleid. Na de formatie van het kabinet – die vermoedelijk wel een tijdje zal duren – moet blijken of de coalitiepartijen hun wensen en plannen kunnen samenbrengen in een regeerakkoord. Bij het vorige regeerakkoord sneuvelden veel arbeidsmarktplannen van individuele partijen, maar diverse plannen uit het akkoord zelf zijn wel gerealiseerd.

In het algemeen valt te stellen dat grotere partijen de meeste invloed op het beleid hebben. Op het moment van schrijven staan deze zes partijen er in de peilingen het best voor: VVD, PVV, CDA, D66, GroenLinks en PvdA. Welke ideeën hebben zij voor de volgende kabinetsperiode?

Regeerakkoord 2017

Belangrijke wijzigingen voor HR die voortkwamen uit het vorige regeerakkoord, zijn de invoering van het (aanvullend) geboorteverlof, de aanpassing van het flex- en ontslagrecht via de WAB en het opstarten van de hervorming van de regels voor pensioen.

 

Sommige andere plannen uit het regeerakkoord bleken uiteindelijk niet goed uitvoerbaar of haalbaar, zoals een verkorting van de loondoorbetalingsplicht bij ziekte en het invoeren van een minimumtarief voor zelfstandigen zonder personeel.

VVD

De overheid moet sociale zekerheid voor álle werkenden regelen, ook voor zzp’ers. Werkenden met middeninkomen krijgen een werkbonus. Kleine ondernemers ontvangen een middenstandskorting, dragen minder werkgeverslasten af en krijgen het loon in het tweede ziektejaar vergoed.

Bij baanverlies wordt ingezet op scholing, door fiscale stimulansen en subsidies. WW’ers worden meer geactiveerd door een hogere uitkering voor een kortere duur.

Het geven van vaste contracten moet aantrekkelijker worden door de premie voor dit type contract verder te verlagen, maar flexcontracten blijven wel toegestaan.

Verder opvallend: de VVD wil alle verlofvormen van de Wet arbeid en zorg samenvoegen tot één verlofregeling.

PVV

De PVV gaat niet heel uitvoerig in op personeelsgerelateerde kwesties. De partij hecht in ieder geval belang aan een verbetering van de noodpakketten, zodat faillissementen en ontslagen voorkomen worden.

De huidige regels voor de WW en ontslagbescherming veranderen niet en de flexibilisering van de arbeidsmarkt moet worden tegengegaan.

De PVV onderscheidt zich op pensioengebied: de AOW-leeftijd gaat terug naar 65 jaar, mensen met een zwaar beroep kunnen na 40 jaar werken met pensioen gaan en het pensioenstelsel wordt verbeterd in plaats van vervangen.

Bij de sociale zekerheid ligt de focus op de aanpak van fraude door ‘niet-Westerse allochtonen’.

CDA

Het CDA zet in op een gezinsvriendelijke samenleving. Dat uit zich in meer betaald verlof na de bevalling voor één van de ouders, meer ouderschapsverlof en een nieuwe kinderopvangregeling.

Afspraken over flexibel werken zijn in de cao’s terug te vinden, evenals afspraken over (meer) rouw-, mantelzorg- en vrijwilligersverlof. Feest- en zondagen moeten behouden blijven als rust- en familiedagen.

Voor gelijkheid wordt ingezet op anoniem solliciteren. Het CDA investeert in een leven lang leren met ‘leerrechten’.

Verder stimuleert de partij het vaste contract, onder andere met een loondoorbetalingsplicht bij ziekte van één jaar, lagere werkgeverslasten en een eenvoudigere regeling voor ontslagvergoedingen.

D66

Onderwijs staat voorop. De overheid faciliteert een leven lang ontwikkelen, ook met een hogere tegemoetkoming voor deeltijdonderwijs, het levenlanglerenkrediet en ontwikkeladviezen.

De verschillen in de fiscaliteit en de sociale zekerheid tussen verschillende vormen van werk worden verkleind, bijvoorbeeld met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden.

Voor mkb’ers gaat de loondoorbetalingsplicht bij ziekte naar één jaar, flexwerkers krijgen een opslag van werkgevers en kinderopvang wordt gratis. Ook D66 wil de WW-uitkering in de eerste maanden verhogen.

En er zijn meer maatregelen voor gelijkheid nodig. Wie discrimineert bij de werving en selectie, krijgt een boete van € 10.000.

GroenLinks

GroenLinks wil ook boetes voor discriminerende organisaties. Ook denkt de partij aan diversiteitsquota’s. Vanwege de loonkloof heeft u straks een certificaat nodig waaruit blijkt dat u gelijk loon voor gelijk werk biedt.

Ter bevordering van het vaste contract gaat de premie voor flexwerk omhoog. Payrolling, contracting en nulurencontracten worden verboden.

Een verregaand voorstel uit het programma is dat binnen acht jaar iedereen een basisinkomen krijgt. Inkomenszekerheid moet ervoor zorgen dat iedereen duurzaam kan ‘leven en handelen’.

Tot slot neemt de partij een rits maatregelen voor mensen met een zwakke arbeidsmarktpositie.

PvdA

De Partij van de Arbeid maakt haar naam waar met een fors hoofdstuk over arbeid. Er komt een werkgarantie bij baanverlies; als werkgever moet u zo veel mogelijk proberen de werknemer in een andere baan te krijgen. Elke werkende krijgt eens in de twee jaar een ontwikkeladvies.

De prijs van flexwerk gaat omhoog, waarmee de kortdurende WW wordt verlengd van drie naar zes maanden. Het ontslagrecht wordt niet versoepeld.

Er blijven drie typen werkenden over: werknemer, uitzendkracht en zzp’er. Sociale zekerheid en pensioenopbouw zijn er voor alle werkenden.

En opmerkelijk: alle werkenden krijgen binnen redelijke voorwaarden recht op een 32-urige werkweek.

Eens met elkaar

Het voorgaande is een schets van de plannen. Het geeft zeker geen volledig beeld; daarvoor zijn de verkiezingsprogramma’s te omvangrijk. Over deze punten zijn veel partijen het min of meer eens met elkaar:

  • Het minimumloon moet omhoog.
  • De gemaakte afspraken over de pensioenhervormingen worden uitgevoerd.
  • Maatregelen voor een leven lang ontwikkelen krijgen prioriteit.
  • De inzet van arbeidsmigranten wordt veel meer gereguleerd.
  • Sociale zekerheid wordt gericht op werkenden en niet alleen op werknemers.
  • De flexibilisering van de arbeidsmarkt vraagt om rigoureuze veranderingen.

Over dit laatste onderwerp adviseerde de commissie-Borstlap om flex minder flex te maken, maar óók vast minder vast. Dat advies nemen niet alle partijen over.

Wilt u ontdekken met welke partij uw ideeën het meest overeenkomen? Een stemhulp, zoals die van stemwijzer.nl of kieskompas.nl, helpt u op weg.