VERDIEPINGSARTIKEL

Arbo-ondersteuning voor werknemers in het buitenland

Bedrijven zijn vaker internationaal actief. Werken over de grens wordt dan ook gangbaar. Maar dat betekent wel dat u arbozorg moet regelen voor een werknemer die in het buitenland verblijft. De risico’s en verplichtingen kunnen daar echter anders zijn dan in Nederland. U moet dus goed op de hoogte zijn van alle belangrijke punten in internationale arbozorg.


4 oktober 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Het Burgerlijk Wetboek (BW) verplicht tot goed werkgeverschap. Dat stopt niet aan de grens. Tevens geldt aansprakelijkheid voor (gezondheids)schade bij werk elders. De werkgever moet kunnen aantonen dat hij al het nodige heeft gedaan om schade te voorkomen, (tenzij de werknemer opzettelijk of bewust roekeloos handelde). De BW-plicht tot loondoorbetaling bij ziekte (tool) geldt dus ook bij de arbowettelijke verzuimbegeleiding.

Op verkeersongevallen en geweldsincidenten heeft de werkgever nauwelijks invloed, maar een verzekering op kosten van de werkgever is verplicht door een arrest van de Hoge Raad. En dat het in het buitenland niet alleen fout kan gaan, maar dat de omstandigheden dan soms moeilijk te achterhalen zijn, illustreert het voorbeeld van een medewerker van een Nederlandse wetenschappelijke instelling.

Deze werd op een steiger gestoken door een mug bij een project in een Afrikaans oerwoud. Daardoor kreeg hij malaria, die levenslang kan opspelen. Er rezen allerlei vragen: over verantwoordelijkheid voor de juiste voorzorgsmaatregelen, het toezicht daarop, hulp bij een eventueel ongeval, de kwaliteit van de steigers, de vraag of malariapillen waren voorgeschreven en ingenomen. En vooral natuurlijk: was dit te voorkómen geweest?

Verplichte of vrijwillige verzekering

En er zijn ook voorbeelden dichter bij huis. Denk aan monteurs die in een buitenlandse fabriek een machine assembleren en laten proefdraaien. Of aan een zakenreiziger die onderweg ziek wordt. Verplichtingen voor de werkgever komen mede voort uit de sociale zekerheid, met als belangrijkste de verzekering tegen arbeidsongeschiktheid.

Een werknemer blijft vanzelf verplicht verzekerd voor de Nederlandse WIA bij werk voor z’n werkgever in de EU of een land waarmee Nederland een verdrag over werknemersverzekeringen heeft. Dit geldt ook als hij korter dan een jaar in het buitenland is of wanneer zijn gezin in Nederland blijft wonen. In alle andere gevallen is het absoluut aan te raden dat de werkgever vrijwillige verzekeringen afsluit. Dat kan bij UWV of private verzekeraars.

In sommige landen is deelname aan de sociale zekerheid verplicht, maar die ligt vrijwel altijd onder het Nederlandse niveau; dat maakt een aanvulling onvermijdelijk. De samenloop van Nederlands en buitenlands recht qua arbeidsovereenkomsten en premieafdracht geeft vaak keuzestress. Dat geldt zeker voor ‘expats’ die langdurig in het buitenland werken. Of de werknemer nu verplicht of vrijwillig verzekerd is bij werk in het buitenland: schade voorkomen is daardoor verplicht.

Extra risico's in niet-westerse landen

Bij werk in het buitenland gelden de regels voor arbeidsomstandigheden van dat land (uitgezonderd schepen onder Nederlandse vlag en Nederlandse vliegtuigen). Binnen de EU verschillen regels vaak al onderling, buiten de EU zijn ze meestal minder goed dan de Nederlandse regelgeving. Toepassing van regels is soms matig.

In diverse niet-westerse landen geldt niet eens de vrij algemene arbobescherming van de Internationale Arbeids Organisatie. Dit terwijl er vaak extra veiligheids- en gezondheidsrisico’s bestaan, naast risico’s door criminaliteit en mankerende politie- en gezondheidszorg. Het is buiten de EU niet vaak verplicht een RI&E te maken. Maar het is het verstandigste uitgangspunt om schade vóór te zijn.

Waar kunt u terecht in het buitenland voor hulp bij arbovraagstukken?

  • Het Europees ‘arboagentschap’ (osha.eu) informeert over arboplichten in de EU en enkele andere staten. De Internationale Arbeids Organisatie informeert over haar eigen standaarden.
  • Het ministerie van BuZa heeft informatie over (nieuwe) veiligheidsrisico’s. Het kan tot een negatief reisadvies leiden, maar dat is meestal niet bindend.
  • In veel hoofdsteden ondersteunen dienstverleners ambassades en werkgevers uit andere landen bij kwesties met personeel, belasting en premies. Ze weten de weg naar goede zorg.
  • Ook in Nederland zijn bedrijven die van een aantal landen de wetgeving kennen en diensten verlenen, zoals advies over verzekeringen, opties voor de juridische status ter plekke en informatie over gezondheidszorg.
  • Het RIVM heeft informatie geordend naar (infectie)ziekten; met een landsnaam als zoekterm krijgt u een indruk.
  • Travel Clinics en GGD’en informeren over de gezondheidssituatie en (infectie-)ziekten waarbij ze kunnen voorlichten, medicijnen voorschrijven of vaccineren, wat verzekeraars vaak verplichten.
  • Diverse arbodiensten bieden deze diensten ook, naast mogelijk nodige keuringen en opties voor zorg ter plekke voor de werknemer en zijn gezin.
  • Vaak doen arbodiensten dat samen met ervaren dienstverleners in de Rotterdamse haven en op Schiphol. Uw werkgever kan die meestal rechtstreeks inschakelen. Zo is er een wereldwijd netwerk voor aanstellingskeuringen, verzuimbegeleiding, re-integratie, repatriëring en ziekenhuiszorg. Verder is er een helpdesk voor calamiteiten en ondersteuning bij reis en verblijf en arbovraagstukken. Bij terugkeer is een medisch evaluatie- en adviesgesprek of terugkomkeuring mogelijk.
  • Nederlandse ambassades en consulaten geven in laatste instantie noodhulp, voor werkgevers niet altijd gratis.

Bijlage gevaren en maatregelen bij RI&E

Onderdeel van of bijlage bij uw RI&E moet een beschrijving zijn van de gevaren en maatregelen bij werkzaamheden over de grens. Het is een flinke opgave de risico’s in beeld te krijgen. Stel vragen aan uw arbodienst of bedrijfsarts. De beroepsverenigingen van arboprofessionals kennen zusterorganisaties, de professionals weten of er elders met arbodiensten vergelijkbare organisaties zijn. De brancheorganisatie van uw werkgever kan nuttige informatie en contacten hebben.

Doe zo mogelijk navraag bij de organisatie(s) in het land waar de werknemer aan de slag gaat, maak eventueel afspraken over afstemming en verantwoordelijkheden. Het is zaak de verzamelde gegevens regelmatig te checken op actualiteit en te evalueren. Misschien moet u iets aanpassen. De betrokken werknemers hebben daar ook een rol in. In Nederland ziet men persoonlijke beschermingsmiddelen als laatste optie; bij werk over de grens kan het nodig zijn die in ieder geval beschikbaar te hebben, uit oogpunt van voorzorg.

Regelmatig contact met leidinggevende

Wat van de werkgever aan maatregelen mag worden verlangd, hangt af van de specifieke situatie en het land. Met zo’n RI&E kan de werkgever aantonen het nodige te hebben gedaan. De RI&E is een basis voor verkenning en informatie per project in het buitenland: zijn er lokale personen of (inter)nationale organisaties waarmee samengewerkt wordt? Wat weten die van lokale omstandigheden, risico’s en mogelijke maatregelen? Is het nodig rekening te houden met de noodzaak van evacuatie? Hoe dan, en waarheen? Zijn er voorzieningen om materialen veilig achter te laten?

Onmisbaar zijn duidelijke afspraken met de leidinggevende en regelmatig contact. Ook buiten Nederlandse kantooruren moet dat mogelijk zijn! Erg belangrijk is voorlichting en instructie aan de betrokken medewerkers. U bereidt de RI&E liefst samen met de werknemer(s) voor. In de aanloop naar uitzending zorgt de werkgever voor de nodige informatie, en checkt hij of de werknemer de eigen verantwoordelijkheid ter plekke dragen kan.

De werkgever kan veel doen om die te vergroten, zoals cursussen voor buitenlandse stages en onderzoeken, checklists vóór het afreizen, het zelf laten maken van een risicoanalyse. Agressie, biologische agentia en andere arborisico’s, van steigerbouw tot zittend werk: vertel de werknemers wat nodig is voor gezond en veilig werk.